Waardevol werkloos

Wd

Waardevol werkloos Geert Janssens

De huidige vierde industriële revolutie -de opkomst van artificiële intelligentie en versnelde automatisering-  maakt onze toekomst meer onvoorspelbaar dan ooit.  Leidde technologische vooruitgang in de afgelopen 250 jaar telkens nog tot meer banen en meer welvaart, de vraag is of de geschiedenis zich zal herhalen. In voorgaande industriële revoluties werd het verlies aan banen telkens meer dan gecompenseerd. Omdat de vooruitgang ons steeds rijker maakte en de toegenomen rijkdom voor nieuwe banen in nieuwe sectoren zorgde waarmee nieuwe behoeften konden worden bevredigd. De veranderingen die het gevolg zijn van de vierde industriële revolutie zijn evenwel niet te vergelijken met de voorgaande. Voor het eerst wordt het mogelijk om op grote schaal kennis en ervaring op systematische wijze te digitaliseren en de mens als productiefactor terug te dringen. Geert Janssens, hoofdeconoom van de Vlaamse denktank Etion en expert participatief ondernemen, weet in ‘Waardevol werkloos. Maatschappelijke gevolgen van digitalisering, robotisering en artificiële intelligentie’ een scherp en realistisch beeld te schetsen van de bedreigingen en kansen die de vierde industriële revolutie biedt. Janssens stelt in zijn boek een reeks fundamentele vragen die aantonen dat we niet achterover moeten leunen, maar grondig moeten nadenken over het soort toekomst dat we willen. ‘Waardevol werkloos’ geeft een stevige impuls aan het debat over onze toekomst en is een must voor iedereen die gelooft dat de toekomst een keuze is.

Vier scenario’s

Om los te komen van bestaande denkpatronen en onze verbeeldingskracht aan het werk te zetten, brengt Janssens via scenariodenken de onzekere toekomst in vier mogelijke toekomsten tot leven. In het eerste scenario, Business-as-usual, kabbelt de wereld verder zoals de wereld dat de afgelopen 250 jaar deed. Het aantal banen en de rijkdom blijven in dit scenario geleidelijk toenemen. Via programma’s van ‘industriële verandering’ worden werknemers omgeschoold, zodat ze ten opzichte van machines een comparatief voordeel blijven behouden. In het tweede scenario, dat van Levenslang Leren, is de impact groter en zullen we aanzienlijk meer inspanning moeten leveren om via opleiding en vorming werknemers te ‘rematchen’ met het oog op het verwerven van digitale competenties. In dit scenario wordt er van uitgegaan dat in geïndustrialiseerde landen van 7-13% van het aantal banen een hoge kans heeft te verdwijnen en 21-34% van de banen een risico heeft op significante verandering. Indien het derde scenario zich voltrekt, het scenario Robocalyps, dan komt een groot deel van de werkenden en de arbeidsreserve niet meer aan de bak of wordt die niet tijdig omgeschoold. Volgens onderzoek van de Nationale Bank van België zal volgens dit scenario 70% van de middelgeschoolde beroepen een kans van 70% of meer hebben om door automatisering te verdwijnen. Voor hoog- en laaggeschoolden ligt de kans beduidend lager. Voor 77% van de hooggeschoolden is de kans minder dan 30%. En voor 65% van de laaggeschoolden ligt de kans tussen de 30-70%. Als laatste gaat Janssens in op een vierde scenario. Een scenario waarbij zowat alle denkbare taken en banen door computers en machines worden overgenomen. Dit is het scenario van Singulariteit waarbij machines intelligenter worden dan de mens. Een niet ondenkbare toekomst.

Arbeidsmarkt

Janssens gaat op  basis van een aantal recente studies uitgebreid in op hoe de vier scenario’s de arbeidsmarkt zullen veranderen. Wat hem daarbij opvalt zijn de grote verschillen, zowel qua uitkomst als qua aannames. Daarom gaat hij op zoek naar het midden en vraagt hij zich af of een aantal trends op langere termijn meer houvast bieden. Zo legt hij de nadruk op het feit dat nu al een derde van onze bevolking op actieve leeftijd niet werkt en geen werk zoekt. En op het feit dat werknemers een alsmaar kleiner stuk van de welvaartskoek mee naar huis nemen. Op basis van een dashbord met knipperlichten, die de gevolgen van automatisering en robotisering voor de arbeidsmarkt in een breder perspectief plaatsen, en dat overigens geen eenduidig beeld geeft, zijn er volgens Janssens toch een aantal verontrustende tendensen. Zo wijst hij op de daling van het loonaandeel, de polarisatie inzake scholingsgraad en de hoge inactiviteitgraad. Ze wijzen op een verschuiving van de arbeidsmarkt richting Levenslang Leren. Maar volgens Janssens ook naar het scenario Robocalyps waarbij de spanning tussen werkenden en degenen die aan de kant staan toenemen. En waarbij een steeds grotere groep ontstaat die door het combineren van allerlei mini-baantjes het hoofd boven water moeten zien te houden. Welk scenario ook realiteit zal worden, Janssens komt tot de conclusie dat er een groot gebrek is aan opleiding en vorming. En hij gaat daarbij nog een stap verder. Noch ons onderwijssysteem noch onze systemen voor levenslang leren zijn volgens Janssens uitgerust om zelfs de uitdagingen van de meer gematigde scenario’s aan te kunnen. En is een grote ‘rematch’ van vaardigheden en digitale competenties nodig.

Evenwichtsinkomen

Mocht de rol van de mens, of een groot deel van de mensheid, in het economisch proces overbodig worden, dan zou ons economisch model en het sociaal zekerheidsstelsel volgens Janssens onder enorme druk kunnen komen te staan. Wanneer grote groepen in de samenleving werkloos worden, dan zal een ‘evenwichtsinkomen’ de uitval aan consumptieve vraag moeten gaan compenseren. Janssens pleit voor het koppelen van het door hem voorgestelde ‘evenwichtsinkomen’ aan de ontwikkeling van een ‘quintaire’ sector, een markt van maatschappelijk nuttige taken en warme, menselijke contacten. Het vrijwilligerswerk, de zorg voor familieleden of vrienden, deelname aan het verenigingsleven, het zijn allemaal taken die een andere of meer betekenisvolle rol krijgen in het verdienmodel van de toekomst.  De uitdaging is volgens Janssens om de mens een rol te geven in het economisch proces, zonder dat hij daarbij het gevoel krijgt aan bezigheidstherapie te doen. Het ‘evenwichtinkomen’ verschilt wezenlijk van het ‘basisinkomen’. In plaats van een onvoorwaardelijk basisinkomen stelt Janssens een voorwaardelijk inkomen voor. Het evenwichtsinkomen, eventueel gekoppeld aan het behalen van een minimaal onderwijsniveau, is een vloer dat uitdooft naarmate mensen zelf een inkomen verwerven. Waarbij voor inkomen uit vermogen het keerpunt waarop het evenwichtinkomen afgeschaft wordt, lager zou kunnen liggen dan voor inkomens uit loonarbeid, zelfstandige arbeid of uit een eigen onderneming. De voorstellen van Janssens sluiten daarmee verrassend goed aan op eerdere pleidooien van Jos Verhoeven, directeur van de Start Foundation, en Ton Wilthagen, hoogleraar Arbeidsmarkt en Sociaal Recht aan de Universiteit vanTilburg, voor een parallelle arbeidsmarkt. ‘Waardevol werkloos’ is daarmee verplicht huiswerk voor iedereen die zich met de toekomst van de arbeidsmarkt bezig houdt.

Geert Janssens, ‘Waardevol werkloos. Maatschappelijke gevolgen van digitalisering, robotisering en artificiële intelligentie’, Lannoo Campus, 168 pagina’s, 2019, € 16,99


[

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*