Vluchtelingen, integratie en assimilatie

Martha-Nussbaum  Vluchtelingen, integratie en assimilatie Martha NussbaumDe sterk toegenomen vluchtelingenstroom uit Syrië en Afghanistan naar Europa heeft in combinatie met de door Islamitische Staat (IS) geïnspireerde terroristische aanslagen in onder meer Frankrijk, Duitsland en België tot een nieuwe golf van angst geleid. Populistische partijen profiteren van de angst door nog extremere boodschappen de wereld in te slingeren. Zo heeft de PVV in haar op een A-4tje opgeschreven concept-verkiezingsprogramma opgenomen dat Nederland moet worden geïslamiseerde. Dat betekent volgens haar onder ander dat alle moskeeën en islamitische scholen dicht moeten en de Koran moet worden verboden. Ook in Frankrijk hebben de aanslagen tot steeds meer radicale en ridicule maatregelen geleid. Zo hebben een tiental burgemeesters aan de Middellandse Zee een verbod ingesteld om aan het strand een boerkini te dragen. En in een voorstad van Parijs weigerde een restaurant twee moslima’s te bedienen omdat ‘alle terroristen islamieten zijn en alle islamieten terrorist’. Beide voorbeelden hebben in binnen- en buitenland tot een storm van protest en verontwaardiging geleid. Binnen enkele uren gaven 21.000 mensen het restaurant een slechte beoordeling.

Aanslagen en boerkini

Het door de Franse burgemeesters ingestelde verbod, inmiddels door de Raad van State ongrondwettelijk verklaard, werd beargumenteerd door te wijzen op de toegenomen spanningen en het de-escalerende effect dat het verbod zou moeten opleveren. Inmiddels heeft het verbod niet een de-escalerend, maar een escalerend effect gehad. Vooral nadat foto’s en filmpjes op internet verschenen. Zoals van een viertal Franse politieagenten die rondom een vrouw op het strand staan en haar ‘dwingen’ in het openbaar haar boerkini uit te doen. En terwijl de Franse Raad van State het door burgemeesters ingevoerde verbod verwierp als in strijd met de wet, bleef de Franse premier Valls volhouden dat hij het met de uitspraak van de Raad van State niet eens was. Het verbaliseren van boerkini dragende vrouwen op het strand, aangemoedigd door omstanders, doet de vraag opwerpen of Europa niet opnieuw een fase van assimilatie in gaat. En nog erger, zoals veel publicisten reeds de afgelopen jaren hebben geschreven, een periode ingaat die begint te lijken op de jaren dertig. Ook Arnon Grunberg legde deze relatie in een op 30 augustus 2016 in de Volkskrant gepubliceerde voetnoot. Zo zegt Grunberg: “Het boerkiniverbod beoogt de Europese stranden moslimvrij te maken. Daarna zullen parken moslimvrij moeten worden gemaakt. Vervolgens komen bushaltes aan de beurt. Daarna de trams. Na de trams de ambtenarij.”

Voedingsbodem

De afgelopen jaren is er een steeds rijkere voedingsbodem ontstaan die de basis heeft gelegd voor de bejegening van de islam die wij nu kennen en de toenemende geluiden dat immigrant zich dient te assimileren. Deels is de voedingsbodem gebaseerd op reële zorgen die mensen maken, aan de andere kant is die voedingsbodem ook gebaseerd op volstrekt irreële gedachten en gevoelens.  Zo hebben de bankencrisis, de financiële steun aan Griekenland in combinatie met de economische recessie en de op diverse terreinen toenemende kloof tussen hoger opgeleiden en lager opgeleiden geleid tot een algemeen gedeeld gevoel bij brede lagen in de bevolking dat zij de rekening betalen van een crisis die door de elites is veroorzaakt. Daarnaast heeft de toenemende zichtbaarheid van de islam in Europa in combinatie met de opkomst en groei van de Islamitische Staat (IS) aan de andere kant van de  Middellandse Zee, en de terreur die IS of in naam van IS wordt gepleegd, het beeld over de islam sterk negatief beïnvloed. Veel mensen, met name de autochtone Europeaan, maken zich daardoor zorgen over ‘de identiteit’ van het land waarin ze wonen. Het gevoel dat de ‘identiteit’  wordt bedreigd, een sterk subjectief gevoel dat men in kwantitatieve zin wordt weggeduwd door andersdenkenden, staat in contrast met de objectieve cijfers over het aantal vreemdelingen in Europa. Inclusief Europees Rusland en Turkije, dat bij elkaar 700 miljoen inwoners heeft, telt het Europese continent 50 miljoen islamieten, met name wonend in het uit 80 miljoen inwoners bestaande Turkije. In de hele de EU, met 500 miljoen inwoners, wonen 9 miljoen Turken. Een andere voedingsbodem wordt veroorzaakt door het toenemend aantal vluchtelingen dat naar Europa komt.

Immigratie

Dat het aantal vluchtelingen een bijdrage levert aan de bovenstaande voedingsbodem is niet raar. Maar is het realistisch dat deze de identiteit bedreigd? Het aantal immigranten dat de laatste jaren naar Europa is gekomen betreft vooral vluchtelingen die hun land vanwege oorlog, geweld en vervolging verlaten, dan wel op humanitaire redenen in aanmerking komen voor asiel vanwege schending van de mensenrechten in hun land.  Driekwart van het aantal vluchtelingen dat in 2015 naar Europa komt, is volgens gegevens van Eurostat afkomstig uit Syrië, Afghanistan, Irak, Kosovo, Albanië, Pakistan, Eritrea, Nigeria en Iran. In 2013, 2014 en 2015 waren er in totaal 2,2 miljoen vluchtelingen die in een van de 28 EU-lan-den asiel aanvroegen. Het grootste gedeelte hiervan, ca. 750.000 vluchtelingen, vroeg asiel aan in Duitsland. Ten opzichte van de 500 miljoen inwoners die de 28 EU-landen tellen gaat het om 0,5 procent van de bevolking. Het totaal aantal vluchtelingen is relatief weinig als we weten dat bijna 5 miljoen Syriërs door de oorlog hun land zijn ontvlucht. Het overgrote deel hiervan wordt opgevangen in Turkije, Libanon en Jordanië. De vluchtelingen die naar Europa komen vormen een deel van de 65,3 miljoen mensen die volgens UNHCR de VN Vluchtelingenorganisatie op de vlucht is voor oorlog en geweld. En niet alle (tijdelijke) vluchtelingen kunnen worden gezien als (blijvende) immigranten.

Mensenrechten

Hoewel het de verwachting is dat de meeste vluchtelingen terug willen naar hun land van herkomst wanneer er een einde is gekomen aan de oorlog en het geweld is hun land, verwacht de Duitse premier Angela Merkel, gezien de vooralsnog aanwezige uitzichtloosheid van een aantal conflicten in Midden-Europa en Afrika, dat uiteindelijk een deel van de vluchtelingen in Europa zal blijven. In navolging van Angela Merkel is het buitenlands beleid van de Europese Unie en de Europese landen op drie doelen gericht. Ten eerste op militaire en humanitaire aanwezigheid in de regio’s waar de conflicten zich afspelen. Zo wordt in samenwerking met de VN en de NATO deelgenomen aan militaire operaties en geprobeerd via diplomatie een oplossing voor de conflicten te bereiken. Ten tweede wordt ingezet op het zoveel mogelijk realiseren van opvang van vluchtelingen in de regio. In dat kader worden humanitaire en financiële steun gegeven aan de opvang van vluchtelingen in landen als Jordanië en Libanon en heeft de Europese Unie in maart 2016 een (aanvullend) akkoord met Turkije gesloten om het aantal vluchtelingen naar Europa in te dammen. Turkije vangt momenteel al 2,7 miljoen vluchtelingen op. Een belangrijke bouwsteen voor het buitenlands beleid en het EU-beleid inzake vluchtelingen betreft het belang dat de EU hecht aan de drie hoekstenen van de westerse samenleving: mensenrechten, democratie en rechtstaat.

Integratie

Han Entzinger, hoogleraar Migratie- en Integratiestudies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, hield op 27 september 2013 onder de titel ‘Boundaries’, zijn afscheidsrede.  Eerder al, op 23 december 2011, zei hij in een interview met Jelle van der Meer en Marcel Ham van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken dat veel te weinig de vraag wordt gesteld wat ‘integratie is. Net als de vraag of de overheid integratie überhaupt kan bevorderen. En stel dat dat zo is, dan is de volgende vraag zei hij: wiens integratie? Op de vraag ‘wat is integratie’ zegt Entzinger dat de inhoud daarvan in de tijd is verschoven. “Tot tien jaar geleden richtte integratie zich op participatie in werk, onderwijs en politiek en kennis van rechten en plichten.”  En op dat vlak is er inderdaad veel ten goede veranderd. Zo vordert volgens Entzinger het integratieproces, gemeten volgens alle klassieke indicatoren, gestaag. Onderwijsniveau, arbeidsdeelname, taalvaardigheid, politieke participatie, wat men ook gebruikt als indicator, overal wordt de kloof tussen autochtonen en allochtonen kleiner. Zeker bij de tweede generatie. ‘Desondanks heerst in brede lagen van de samenleving een gevoel dat de integratie is mislukt”. Dan wordt in veel gevallen gewezen op het hogere percentage allochtonen dat zich schuldig maakt aan een vergrijp of in aanmerking komt voor een uitkering. Meer dwang en drang zou volgens hen nodig zijn om allochtonen op het juiste pad te krijgen.

Inburgering

Volgens Entzinger is ‘integratie’ tussen 2000 en 2010 nodeloos geproblematiseerd en gepolitiseerd. Kijken we naar ‘de politisering van integratie’, dan zien we twee van elkaar afwijkende reacties. Aan de ene kant zien we politici (zie het rapport van de commissie Blok) die zeggen dat de integratie is ‘gelukt’  en dat daarom het doelgroepenbeleid kan worden afgeschaft en vervangen door een algemeen achterstanden beleid. Onder deze groep politici zaten ook politici die het integratiebeleid wilden afschaffen vanuit de behoefte om  te bezuinigen. Aan de andere kan zien we politici (zie Pim Fortuyn, LPF en de PVV) die de nog resterende problemen met een deel van de allochtonen wijten aan de cultuur van de groep als geheel. Zij wijten  vooral het zogenaamde ‘multicultibeleid’, waarbij immigranten na binnenkomst hun cultuur mochten vasthouden, als verantwoordelijk voor de problemen. Entzinger zegt in het eerder genoemde interview met Jelle van der Meer en Marcel Ham in 2011: “Sinds begin van deze eeuw is de focus verlegd naar culturele aanpassing, identificatie en het onderschrijven van de waarden en normen van de meerderheid.” Wat er over is gebleven is een van karakter veranderd inburgeringsbeleid. “Anders dan in de jaren negentig is inburgering niet langer gericht op meedoen, maar op: “zo doen we dat in Nederland”. De toets is normatief in plaats van wetskennis overdragend”.  In plaats van sociaal-economische integratie (meedoen, participeren) verschuift het beleid naar ‘culturele aanpassing’, d.w.z. ‘assimilatie’.

Assimilatie

Het bijzondere aan die verschuiving is evenwel dat die niet gepaard gaat met een daarop gericht beleid van de overheid. Er bestaat dan wel sinds 2013 een Wet Inburgering, volgens deze wet is iedereen wel zelf verantwoordelijk. Volgens de verplichte eigen verantwoordelijkheid moeten alle nieuwkomers hun inburgering zelf organiseren. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen vluchtelingen. Erkende vluchtelingen, die eerder meer begeleiding kregen vanuit gemeenten, moeten volgens de wet in drie jaar inburgeren en worden nog slechts ‘gestimuleerd’ door dreiging met sancties, zoals een boete van maximaal € 1250 of in het ergste geval het verlaten van Nederland. De druk om te ‘assimileren’, een soort ontmoedigingsbeleid, zien we al bij het beleid dat wordt gevoerd richting familiehereniging. Zo dienen kandidaten volgens Entzinger in het buitenland onder meer een formulier van maar liefst 39 pagina’s in te vullen waarin in het Nederlands vragen worden gesteld over taal en cultuur. In het koor van mensen die tot assimilatie oproepen zien we de laatste jaren niet alleen politici en burgers ter rechterzijde van het politieke spectrum, maar ook politici en burgers ter linkerzijde van het politieke spectrum.

Etniciteit en cultuur

Martha Nussbaum zegt in haar boek ‘De nieuwe religieuze tolerantie. Een uitweg uit de politiek van de angst’ dat Europese naties de neiging hebben om de natie en wie daar wel en niet deel van uitmaakt te beschouwen in etnisch-religieuze en cultureel-linquïstische termen. Dit in tegenstelling tot de Verenigde Staten. Het is daarom dat, zoals Nussbaum zegt, dat nieuwe groepen immigranten en religieuze  minderheden moeite kost om als volledige en gelijke leden van de natie te worden beschouwd. “Al deze naties zijn de erfgenamen van de Romantiek, met haar ideeën over bloed, bodem en een volksgemeenschap waar je van nature bij hoort. Dat is de reden dat het in Europa altijd moeilijk is voor immigranten en religieuze minderheden om het burgerschap te  verkrijgen. En hoewel de Europese landen inmiddels hebben toegegeven dat immigranten en religieuze minderheden het volledig burgerschap kunnen verwerven, blijft hun achtergrondbeeld van het burgerschap, gecombineerd met het publieke feit dat veel naties een staatsdoctrine hebben als het gaat om religie, het moeilijk voor hen om immigranten of allochtonen niet te discrimineren. In tegenstelling tot een groot aantal zeer uiteenlopende naties over de hele wereld is het volgens Nussbaum vanuit deze achtergrond “heel moeilijk voor Europese landen om hun natie in termen van politieke idealen te definiëren, waarin immigranten volledig kunnen delen, ook al delen ze niet in de etnische afkomst, religie of zeden en gewoonten van de meerderheid.”

Burgers en immigranten

In de Verenigde Staten, en de verklaring daarvoor is te vinden in haar ontstaansgeschiedenis, wordt niet in etnisch-religieuze en cultureel-linguïstische termen gekeken naar de natie en wie daar deel vanuit maken. Omdat de VS is opgebouwd door vanuit Europa naar de VS vertrokken minderheden die op zoek waren naar een nieuwe bestaan is de VS vanaf haar ontstaan gegrondvest op basis van een tweetal principes of tradities. Beiden komen vandaag de dag de principes waarop in de VS naar inburgering wordt gekeken. De twee principes worden het lockeaanisme en het accommodationisme genoemd. De eerste traditie is gebaseerd op het principe van zeventiende-eeuwse filosoof John Locke. Deze stelt dat de bescherming van gelijke gewetensvrijheid twee dingen vereist. Ten eerste wetten die religieuze overtuigingen niet strafbaar stellen. En ten tweede wetten die non-discriminatoir zijn ten aanzien van religieuze gebruiken. Dat wil zeggen dat dezelfde wetten ten aanzien van religieuze activiteiten op ieder-een van toepassing dienen te zijn. De tweede traditie is gebaseerd op de eveneens zeventiende-eeuwse filosoof Roger Williams, de stichter van de kolonie Rhode Island. De traditie van het accommodatio-nisme gaat wat verder dan het lockeaanisme. Het accommodationisme stelt dat bescherming van de gewetensvrijheid zelfs nog wat steviger dient te zijn. Deze traditie redeneert dat de wetten in een democratie altijd opgesteld worden door meerderheden en dat daarom, in zaken die variëren van de keuze van de werkdagen tot de wettelijke status van verschillende drugs, wetten van nature de belichaming zullen vormen van meerderheidsideeën over wat het beste uitkomt. En dat om die reden in wetten altijd rekening dient te worden gehouden met minderheden. In de opvatting van Williams diende de christelijke meerderheid op Rhode Island alle gezindten in bescherming te nemen. Niet alleen joden, maar ook moslims, Amerikaanse indianen en, tenslotte, ook atheïsten en agnosten. Het zijn bei-de Amerikaanse tradities die zich fundamenteel onderscheiden van die van Europese. Een van de verklaringen waarom, in tegenstelling tot de ook door de VS gevoerde strijd tegen de politieke islam en de islamitische terreur, er in de VS niet zo krampachtig wordt omgegaan met zaken als immigratie en islam als in Nederland en Europa.

Martha Nussbaum, ‘De nieuwe religieuze tolerantie. Een uitweg uit de politiek van de angst’, Ambo, 320 pagina’s, 2012, € 13,00

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*