De hedendaagse betekenis van Thomas Hobbes

Thomas Hobbes  De hedendaagse betekenis van Thomas Hobbes Thomas HobbesEen aantal hedendaagse vraagstukken kan niet goed worden geduid zonder kennis te hebben van het gedachtegoed van de Engelse politieke verlichtingsfilosoof Thomas Hobbes. Dan hebben wij het over het gebruik van geweld, de rol van staten,religie en politiek en de betekenis van moraal. ‘Wanneer de Amerikanen Irak en Afghanistan binnenvallen om er vrede te stichten of als Syrië uiteenvalt in een burgeroorlog, is het tijd om Hobbes te lezen’, zegt Willem Witteveen in ‘De wet als kunstwerk’ (Boom, 2014). De benadering van maatschappelijke vraagstukken door de Engelse politiek-filosoof Thomas Hobbes (1588-1679), die als adviseur en secretaris bij edellieden werkzaam was en zijn gedachten ba-seerde op zijn ervaringen tijdens de langdurige Engelse burgeroorlog die in zijn tijd woedde (1639-1651), kan worden gezien als zuiver seculier en rationeel.

Religie als privéaangelegenheid

In zijn boek Leviathan doet Hobbes een voorstel voor een seculiere maatschappij onder heerschappij van een soeverein, die zelf ook aan afspraken onderworpen is. In de woorden van Paul Verhaeghe in zijn boek Identiteit (De Bezige Bij, 2012) kon hiermee volgens Hobbes worden voorkomen dat de mens tot zijn eigen slechte zelf terugvalt, de eenzame wolf die de andere wolven aanvalt. Het voorstel van Hobbes voor een seculiere maatschappij is alleen mogelijk als religie als een privéaangelegenheid wordt gezien. En waarbij de maatschappelijke ordening wordt gebaseerd op kennis, onder leiding van een centrale autoriteit. Dat een maatschappij niet exclusief op religie gebaseerd kan zijn, was een conclusie die velen al na de godsdienst- en burgeroorlogen in de zeventiende eeuw van Europa hadden getrokken. Het was Thomas Hobbes die deze vaststelling consequent heeft doorgetrokken in zijn boek Leviathan. Zijn verhaal van de menselijke natuur als samenwerking uit eigenbelang en van politieke gemeenschappen gebaseerd op een ‘sociaal contract’, geldt tot vandaag de dag als een van de belangrijkste onderwerpen van de politieke filosofie.

Maatschappij gebaseerd op de rede

In essentie doet Hobbes volgens Paul Verhaeghe niet veel anders dan de religieuze redenering vertalen in een politieke versie, zonder wijziging van de achterliggende redenering. De mens is slecht (erfzonde, wolf) en moet gecontroleerd worden door een oppermacht (God, de soeverein). Hobbes ziet als een van de eersten de mislukking van een op religie gebaseerde maatschappij en doet een voor zijn tijd ongehoord voorstel als oplossing daarvan. Namelijk een op de rede en wetenschap gebaseerde politiek. Zonder een dergelijke aanpak wordt de kans vergroot dat de mens weer terugvalt in zijn natuurstaat (wolf), met als resultaat een continue oorlog van allen tegen allen. Ondanks de voor zijn tijd ‘revolutionaire’ benadering is Hobbes opvatting, gezien zijn uitspraak dat het leven ‘ellendig, barbaars en kort is’, ook sterk religieus van karakter. Dat de mens een sociaal dier is, klinkt in de visie van Hobbes niet sterk door.

Het beheersen van geweld

Aart Brouwer citeert in zijn essay over Thomas Hobbes in De Groene Amsterdammer van 22 april 2010 de Amerikaanse hoogleraar psychologie Steven Pinker die zegt dat hij telkens terugkeert naar de teksten van Hobbes omdat, zoals hij het zegt ‘Je kan eenvoudig niet om zijn teksten heen als je je met hedendaagse maatschappelijke vraagstukken bezig houdt.’ De onschatbare verdienste van Hobbes is volgens Pinker dat hij het begrip geweld op zijn kop heeft gezet en ons heeft laten inzien dat geweld in persoonlijk of evolutionair opzicht nuttig kan zijn. Ook weldenkende, rationeel handelende mensen kiezen soms voor geweld. Niet omdat ze een slechte inborst hebben, maar omdat ze bang zijn dat een ander het wellicht eerder zal gebruiken. Volgens Hobbes moeten we ons daarom niet afvragen hoe we de oorzaken kunnen wegnemen, maar hoe we geweld kunnen beheersen.

De rol van moraliteit

De vragen die Hobbes trachtte te beantwoorden zijn nog steeds volkomen actueel. Wat houdt een samenleving bij elkaar? Hoe ontstaat een stabiele en duurzame politieke orde waarin macht en recht samengaan? En welke rol is daarin weggelegd voor de staat en welke voor de moraal? Hobbes laat volgens de door Brouwer geciteerde filosoof Stephen Darwall zien dat een menswaardige samenleving al kan rusten op een hele bescheiden grondslag. En dat is het belang van het bevorderen van ‘veiligheid’. Dat wil zeggen de afwezigheid van een staat van oorlog, een toestand van voortdurende angst en onzekerheid waarin geweld op elk moment kan oplaaien. In navolging van Hobbes beschouwd Darwell veiligheid als het voornaamste fundament waardoor een ‘goede maatschappij’ tot stand komt. Zonder vrijwaring van angst, zonder de mentale en fysieke bewegingsvrijheid van een relatief vreedzaam, zorgeloos leven is geen geluk, zelfontplooiing, kunst, handel of vergroting van de menselijke kennis mogelijk.

Het kanaliseren van vrijheid

Hobbes geloofde niet in een god en ook niet in een immateriële ziel. Hij stelde als een van de eerste westerse politiek-filosofen dat ons denken en voelen geheel in de vorm van natuurwetten kan worden verklaard. Ook in actuele kwesties over mensen- en burgerrechten wordt volgens Brouwer veel gerefereerd aan de ideeën van Hobbes. In het bijzonder aan zijn ’negatieve’ definitie van vrijheid als de ‘afwezigheid van externe belemmeringen’. Het is een definitie die ons nu vertrouwd is, maar die in zijn tijd revolutionair was. Als grondlegger van het natuurrecht zou de mens beschikken over een aantal onvervreemdbare grondrechten. Zoals het recht op vrijheid, het recht op leven en het recht op eigendom. Rechten die iedereen van ‘nature’ heeft. Rechten die niemand ons kan afpakken en die niet in een grondwet of wetboek hoeven te worden vastgelegd. Om de eenvoudige reden dat ze noodzakelijke voorwaarden vormen om mens te zijn.

Botsende verlangens

In tegenstelling tot Verhaeghe die ervan uit gaat dat volgens Hobbes de mens tot zijn eigen slechte zelf terugvalt indien er geen sprake is van een moderne staat die de mens in zijn gedrag beperkt, meende Hobbes volgens Brouwer dat de natuurmens jaloers, wantrouwend en trots is en om die reden geneigd is bij dreigende conflicten als eerste van zich af te slaan. Het zijn niet onze lusten en verlangens op zichzelf die conflicten doen ontstaan, aldus Hobbes, maar conflicten komen voort uit de botsing van onze verlangens met die van anderen waarbij morele verschillen van inzicht ertoe leiden dat de ene mens zichzelf toestaat wat de andere ongeoorloofd acht. Op deze wijze ontstaan conflicten die, worden ze niet in toom gehouden, zich tot het gehele maatschappelijke domein uitbreiden. Het resultaat is een toestand van voortdurende vijandschap onder mensen waardoor het leven op aarde ‘eenzaam, armoedig, weerzinwekkend, beestachtig en kort’ wordt, zoals Hobbes het in Leviathan zegt.

Natuurtoestand en bloedwraak

Volgens Brouwer was ook de in de late Middeleeuwen nog in Nederland voorkomende bloedwraak, en nu alleen nog voorkomt in islamitische landen, bij de Italiaanse maffia (vendetta) en een aantal Balkanlanden, algemeen geaccepteerd als oplossing van conflicten. Dit omdat een centraal, ordescheppend gezag ontbrak, een voorbeeld van een situatie waarbij de mens nog als natuurmens functioneerde. Ook heden ten dage komen dergelijke situaties nog voor, waarbij sprake is van een natuurtoestand en een gerespecteerde en gevreesde gezagsdrager (Leviathan, genoemd naar een Fenicisch zeemonster) ontbreekt. Want volgens Hobbes komt pas een eind aan de permanente burgeroorlog wanneer mensen een oppergezag boven zich stellen. Om zichzelf, hun dierbaren en het werk van hun hoofd en handen te beschermen. Een gezagsdrager die een dwingende moraal oplegt opdat iedereen weet aan welke regels hij zich te houden heeft.

Etnische angst als legitiem gezag wegvalt

Indien een dergelijke gezagsdrager ontbreekt of wanneer een staat uiteen begint te vallen, dan zijn volgens de door Brouwer geciteerde Michael Ignatieff de poppen aan het dansen. Volgens Ignatieff zou Hobbes het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië goed hebben begrepen. ‘Hij zou hebben gezegd dat mensen tot alles in staat zijn. Een soort angst die een vernietigender werking heeft dan alle andere: de alles doordringende angst die ontstaat als een staat uiteen dreigt te vallen. Etnische haat is het gevolg van de angst die groeit waar het legitieme gezag wegvalt.” In elk land is het vestigen van een legitieme macht, een absolute macht die volledig soeverein is en zich inzet voor de veiligheid en het welzijn van alle ingezetenen, de essentie om zich te kunnen ontwikkelen. ‘Valt de overweldigende macht van het gezag (shock and awe) weg, dan (…) ontstaat een toestand van voortdurende onzekerheid’, aldus Witteveen.

Interpretatiekader

Thomas Hobbes legde met het boek Leviathan voor het eerst een rationele, seculiere grondslag voor machtsuitoefening. En daarmee voor een hobbiaanse staat die zorgt voor vrede en veiligheid. De moderne Leviathan moet volgens Hobbes continu ‘presteren’. Morele superioriteit en schone schijn zullen de mens niet baten als hij de moderne mens geen rust en veiligheid garandeert. Daarbij is de Leviathan geen belangeloze toezichthouder. Volgens de Belgische rechtsfilosoof Maurice Adams biedt het denken van Hobbes een interpretatiekader waarmee we vandaag de dag nog steeds goed uit de voeten kunnen. Volgens Adams zouden de inzichten van Hobbes vandaag de dag kunnen worden vertaald naar het inzicht dat een totaal ‘vrije’, ongeregelde markteconomie kan leiden tot een instabiele samenleving.

Europese vluchtelingencrisis

Hetzelfde geldt voor landen waarin leiders zich richten op het individueel overleven en het eigenbelang van henzelf, hun familie, hun partij of hun etnische groep. Zonder het te weten heeft Hobbes de krijtlijnen uitgezet waarbinnen wij nog steeds tal van hedendaagse maatschappelijke vraagstukken kunnen duiden. Analoog aan de door Hobbes gehanteerde definitie van wetten, is zijn gedachtegoed te vergelijken met dat van een raamwerk van regels, een serie wegafbakeningen die de mens richting geeft en op koers houdt. Vanuit de ogen van Hobbes is de vluchtelingencrisis in Europa, de ontwikkeling van Rusland, de burgeroorlogen in delen van Afrika en de continue oorlogssituatie in Syrië en het Midden-Oosten te zien als een toestand waarbij een Leviathan ontbreekt. Dat wil zeggen een rechtsstaat met een soevereine vorst die voor ieders bestwil op basis van een ‘sociaal contract’ heerst over alle inwoners van het gebied.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*