Ruimte op links?

Roos  Ruimte op links? Roos

In zijn column in de Volkskrant van 28 mei 2015 beschrijft Wouter Bos onder de kop ‘Ruimte op links?’vier mogelijke strategieën voor West-Europese sociaal-democratische partijen om de electorale terugval van de laatste jaren te keren. Hij vergeet een vijfde strategie: koester het sociaal-democratische ideaal, verbindt dit beter met postmoderne veranderingen (netwerksamenleving, deeleconomie, transformatorische innovaties), kies voor een heroriëntatie van de rol van overheid, markt en burger (governance,sociaal ondernemerschap, civil society) en zet naast versterking van de directe solidariteit (familie, buurt, giften) in op het zichtbaar maken van de indirecte solidariteit van de verzorgingsstaat.

De PvdA hecht vanuit daar traditie grote waarde en is ten opzicht van andere partijen zeer positief over de rol en de invloed van de overheid. Hierdoor is er jarenlang te weinig aandacht besteed en te weinig geïnvesteerd in het versterken van de autonomie van de burger. Het heeft ook weinig ruimte gelaten dat burgers zich vanuit welbegrepen eigenbelang  organiseren (zorgcoöperaties, wooncoöperaties, buurtbedrijven, civic economy). Wet- en regelgeving is door de PvdA niet primair ingezet op het creëren van ruimte en vrijheid voor individueel handelen en ontplooiing.

De bureaucratie van de verzorgingsstaat heeft zich in de afgelopen decennia ontwikkeld tot een allesomvattend managementinstrument van de Haagse politiek. Door gemeenten primair als uitvoeringskantoor van het Rijk te zien is de gemeentelijke autonomie  beperkt.  Als gevolg van de grote invloed van de rijksoverheid en de bureaucratisering van semi-publieke sector(zoals in de zorg) is een vorm van mild despotisme ontstaan. In de sterk geïndividualiseerde samenleving, waarin de consumerende burger volgens Ortega y Gasset ‘massamens’ is geworden, worden met name de lager geschoolden en burgers met lage inkomens (die sterk afhankelijk zijn van toeslagen van de verzorgingsstaat) geconfronteerd met het falen van de rijksoverheid en de semi-publieke sector.

Dat burgers zich afzetten tegen de overheid en daarmee tegen de PvdA (die zich als bestuurderspartij sterk met de rijksoverheid heeft vereenzelvigd) wordt vooral veroorzaakt doordat burgers met  minder opleiding, een lager salaris en een slechtere gezondheid vaker worden geconfronteerd met de nadelen van de overheid (bureaucratie, pgb-chaos), dan burgers met een hogere opleiding, een hoger inkomen en een betere gezondheid. Hoger opgeleide burgers weten zich nu eenmaal beter te verzekeren tegen ziekte, werkloosheid en tegenslag. Zij weten zich daardoor ook beter aan de nadelen van de verzorgingsstaat te onttrekken.

Daar komt bij dat het de PvdA niet lukt om zichtbaar te maken hoe door het herverdelend effect van belastingen en heffingen de indirecte solidariteit in de verzorgingsstaat wordt vormgegeven. Een onzichtbaar mechanisme waar met name de lagere inkomens in hoge mate van profiteren. Door de moeilijk zichtbare solidariteit is bij tal van burgers ook het welbegrepen eigenbelang van een sterke overheid zoekgeraakt.  De moderne massamens beseft niet meer waaraan hij de enorme gegroeide welvaart heeft te danken.

Een van de acties die de PvdA moet ondernemen is om veel duidelijker dan tot nu het geval is de mechanismen bloot te leggen over hoe de indirecte solidariteit in de verzorgingsstaat wordt vorm gegeven en hoe de lagere inkomens en lager opgeleiden daarvan profiteren. Met deze vijfde strategie zal het de PvdA veel beter lukken om de traditionele vleugels van de sociaal-democratie opnieuw onder één noemer te brengen, de niet-stemmers wakker te schudden en de naar D66, VVD, CDA ,SP, PVV en lokale partijen overgelopen kiezer opnieuw voor zich te winnen. De vijfde strategie richt zich daarbij niet op ‘ruimte op links’, maar op een ‘nieuw links geluid’.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*