Publieke bekostiging van maatschappelijk initiatief

Tussen betalen en bepalen  Publieke bekostiging van maatschappelijk initiatief Tussen betalen en bepalen

 

Op 11 november 2014 overhandigde de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) aan minister Plasterk het advies ‘Tussen betalen en bepalen’. In het advies wordt de financiële vormgeving van de vele samenwerkingsvormen tussen publieke en maatschappelijke partijen in beeld gebracht. Met de veranderende rollen en verhoudingen (van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie), waardoor nieuwe vraagstukken en werkvormen ontstaan, staat ook de wijze van financiering van maatschappelijke initiatieven door publieke middelen ter discussie. Maar moet met de vermaatschappelijking van publieke taken ook het financiële instrumentarium en het stelsel van financiële verhoudingen op de schop? Dat was de vraag die de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) zich stelde toen ze aan haar advies begon.

Nieuwe werkvormen anders financieren

Overheden zijn op verschillende vormen financieel betrokken bij maatschappelijke initiatieven. De meest bekende vorm waarmee met publieke middelen een bijdrage wordt geleverd aan maatschappelijke initiatieven is wel de subsidie. Zo hebben veel gemeenten een subsidieverordening waarin staat aangegeven op welke onderdelen de gemeente subsidie verstrekt en welke voorwaarden daaraan verbonden kunnen worden. Maar er zijn meer vormen waarop publieke en maatschappelijke partijen met elkaar samenwerken. Naast niet-financiële samenwerkingsarrangementen valt ook te denken aan leningen, garantstellingen en fondsen, alsmede aan de inzet van andere publieke geldstromen, zoals pensioengelden en middelen van (lokale) private en charitatieve instellingen. Publieke belangen worden daarnaast meer en meer door maatschappelijke initiatieven overgenomen. En er ontstaan ook nieuwe vormen van medezeggenschap en bekostiging. Te denken valt daarbij aan budgetmonitoring (burgers praten mee over de aanwending van budgetten), burgerbegroting (burgers denken mee en onderhandelen over de verdeling van publieke middelen), burger-, buurt- en wijkbudgetten (bewoners bepalen in overleg zelf over de besteding van budgetten), competities tussen initiatieven en Social Impact Bonds. 

Decentralisaties natuur en sociaal domein

Mede als gevolg van de decentralisaties rond natuur (provincies) en het sociale domein (gemeenten) is het de verwachting  dat verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken tussen overheden en maatschappelijke initiatieven de komende jaren verder zullen verschuiven en opnieuw zullen worden verdeeld. Burgers gaan steeds meer zelf besluiten over de besteding van publieke middelen. Door de transformatie die de verzorgingsstaat momenteel doormaakt, ontstaat er ruimte voor de vormgeving van nieuwe publiek-publiek en publiek-private initiatieven en arrangementen. Te denken valt daarbij aan lokale ‘wijkbedrijven’, ‘bewonersbedrijven’, ‘energiecoöperaties’ en ‘zorgcoöperaties’ die als een nieuwe vorm van publiek-publiek en publiek-private samenwerking kunnen worden gezien. Zo werken in ‘zorgcoöperaties’ bewoners met vrijwilligers, (lokale) professionals en (grotere) zorgaanbieders samen om lokale voorzieningen (voor ouderen) in stand te houden. In dit kader is een instrument als een ‘subsidieverordening’ in feite een ‘oud instrument’ dat hoognodig aan vervanging toe is.

Financieel instrumentarium toereikend

Met het advies van de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) is voor het eerst de rijkgeschakeerde praktijk aan samenwerkingsvormen tussen decentrale overheden en maatschappelijk veld, alsmede de daaraan gekoppelde bekostigingsvormen, in kaart gebracht. De raad stelt evenwel vast dat voor overheden het bestaande financiële instrumentarium effectief blijft voor het realiseren van gemeenschappelijke belangen. Ze ziet geen aanleiding het financiële instrumentarium of het stelsel van financiële verhoudingen te herontwerpen. Om maatschappelijke initiatieven te ondersteunen en te faciliteren bepleit de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) wel  een groter lokaal en een herkenbaar provinciaal belastinggebied. Decentrale overheden kunnen op die manier beter inspelen op de behoefte van bewoners. Door publieke bekostiging stijgen initiatieven boven de mogelijkheden van initiatiefnemers uit en ontstaat door co-creatie en co-productie maatschappelijke meerwaarde.

Publieke verantwoordingslogica

Met de herschikking van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken, waarbij publiek  belang nog niet betekent publieke bekostiging, krijgen ook de begrippen eigenaarschap, risico en zeggenschap nieuwe betekenis, aldus de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv). In dat kader heeft de raad het over het activeren van de publieke verantwoordingslogica. Terecht stelt de Rfv dat naast de verantwoordingsvraag, steeds ook de aspecten rolzuiverheid, distantie, eigenaarschap, zeggenschap en risico moeten worden meegewogen en er met maatschappelijke initiatieven duidelijk over moet worden gecommuniceerd over hoe zij naast een goede invulling van eigenaarschap en zeggenschap ook de verantwoordelijkheid voor risico kan nemen. Verder zullen decentrale overheden, constateert de raad terecht, ook ruimte moeten krijgen om te experimenteren en pilots te starten.

Zie artikel ‘ Publieke bekostiging en ondersteuning maatschappelijk initiatief

Zie voor het Rfv-advies ‘Tussen betalen en bepalen. Publieke bekostiging van maatschappelijk initiatief’.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*