Persoonsgebonden budget (pgb) op de helling

Lngdurige zorg  Persoonsgebonden budget (pgb) op de helling Lngdurige zorgNederland heeft zo ongeveer het beste zorgsysteem in de wereld. En een van de duurste. Dat komt vooral door de spectaculaire groei van de kosten voor de langdurige zorg.  Vergelijking met het Duitse stelsel laten zien dat een hogere eigen bijdrage in combinatie met eigen regie (een persoonsgebonden budget) bevorderlijk is voor de houdbaarheid van de langdurige zorg. Vandaar dat er nu uitdrukkelijk naar Duitsland wordt gekeken als voorbeeld voor een nieuwe stelselherziening van de langdurige zorg.

De kosten voor de langdurige zorg worden sinds 1968 betaald uit de AWBZ, de algemene wet bijzondere ziektekosten. Deze wet, een verplichte collectieve ziektekostenverzekering voor iedere Nederlander, verzekert de individueel niet-verzekerbare ziektekosten. Vooral de groei van het in 1996 ingevoerde persoonsgebonden budget (pgb), een onderdeel van de AWBZ, heeft de kosten doen toenemen. Was er bij de invoering van het pgb nog een bedrag van 127,5 miljoen gulden beschikbaar, in 2014 stond er op de begroting van VWS 2,73 miljard euro.

De sterke groei in combinatie met een administratieve aanpassing in de uitbetaling van het pgb aan de 200.000 budgethouders heeft staatssecretaris Van Rijn in grote problemen gebracht. De problemen zijn zo groot dat na twintig jaar de maat vol schijnt te zijn. Er wordt nu alom geroepen het pgb ten grave te dragen. De criticasters worden mogelijk op hun wenken bediend. In de onlangs uitgekomen studie ‘Zorgkeuzes in Kaart’ wordt opnieuw een ingrijpende stelselherziening voorgesteld.

In ‘Zorgkeuzes in Kaart’  wordt voorgesteld om het persoonsgebonden budget om te vormen aan de hand van het Duitse pgb-systeem, de Pflegeversicherung. Er komen in dat geval twee opties om zorg vergoed te krijgen. De eerste optie is een voucher van 75 procent van de waarde van intramurale zorg, alleen besteedbaar bij door het zorgkantoor gecontracteerde zorgaanbieders. De tweede optie is een mantelzorgforfait. Met het voorstel is opnieuw sprake van een ingrijpende aanpassing.

Invoering van het vouchersysteem en het mantelzorgforfait kan een besparing opleveren van 2 miljard euro. Met de maatregel dalen de overheidsuitgaven aan verpleging en verzorging naar 80 procent van de oorspronkelijke uitgaven. De besparing zal evenwel niet volledig kunnen worden gerealiseerd.  Door gemeenten zal inkomensondersteuning moeten worden geleverd om de effecten te verzachten. Naar verwachting zal 90 procent van de besparing op deze manier verdampen. Met de inkomensondersteuning is een bedrag van in totaal 1,4 miljard euro gemoeid. De voorgestelde stelselherziening zal desondanks een netto-besparing van 620 miljoen euro per jaar opleveren.

Voor het wetgevingstraject wordt een periode van twee jaar gerekend. Implementatie zal ten minste vier jaar duren. De transitiekosten worden geraamd op 160 miljoen euro per jaar. De geraamde bezuiniging van 620 miljoen euro zou mogelijk hoger zijn geweest ware het niet dat de grotere keuzevrijheid die door het nieuwe systeem ontstaat opnieuw een aanzuigende werking heeft. Verwacht wordt dat de helft van de indicaties die nu nog niet wordt verzilverd, dadelijk alsnog zal worden gebruikt.

De voorgestelde stelselherziening, voor een belangrijk deel gebaseerd op het Duitse pgb-systeem, de Pflegeversicherung, is nog om een aantal andere redenen interessant. Zo komt in het uit 2011 daterende SCP-rapport ‘De opmars van het pgb’ naar voren dat de criteria voor een persoongebonden budget in Nederland veel ruimer zijn dan in het buitenland. Ten tweede zien we dat de hoogte van de toegekende budgetten in Nederlandse relatief hoog zijn. Ten derde valt op dat de acceptatie van beloning voor mantelzorg in Nederland in het algemeen niet als bezwaarlijk wordt ervaren.

We staan de komende jaren dus opnieuw voor een grote stelselherziening. En voor nieuwe bezuinigingen om de betaalbaarheid van de langdurige zorg te vergroten. Het Duitse model is als ‘model’ zonder meer beter dan het model dat we nu in Nederland kennen. Als groot risico verwacht ik evenwel dat met invoering van dit model meteen de beperkte toelatingscriteria en de lagere vergoedingen van Duitsland zullen worden ingevoerd. Fors hogere eigen bijdragen zijn het gevolg. Verder verwacht ik dat de rijksbijdrage voor de inkomensondersteuning door gemeenten lager zal gaan uitvallen. Het gevolg daarvan is, zie Duitsland, dat meer en meer mensen zich bij sociale diensten zullen gaan melden voor steun. De ongelijkheid en tweedeling in Nederland zal verder toenemen. En de druk op gemeenten, en daarmee de problemen, zal in dat geval nog vele malen groter worden dan die nu al is.

Zie voor een uitgebreide versie van het artikel: http://bit.ly/1LhkvOV

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*