Over de oorsprong van vreemdelingenhaat in Europa

Vreemdelingen  Over de oorsprong van vreemdelingenhaat in Europa VreemdelingenHet christendom heeft in de afgelopen tweeduizend jaar in Europa een veelheid een gezichten gekend. Twee met elkaar conflicterende gezichten springen er wat mij betreft uit. Aan de ene kant het gezicht van het goede, aan de andere kant het gezicht van het kwade. Het eerste beeld van het christendom betreft het beeld dat in het voortreffelijke boek ‘Jezus & de vijfde evangelist’ van Fik Meijer, emeritius-hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Universiteit van Leiden, wordt neergezet over het christendom en het waarheidsgehalte van de geboorteverhalen van Jezus. Uit dat boek rijst een beeld op dat ook door de huidige paus Franciscus wordt uitgedragen. Een beeld dat kan worden getypeerd als een christendom dat vooral opkomt voor de onderdrukten, de armen en de ontheemden. Een christendom dat de nadruk legt op solidariteit, mededogen en barmhartigheid. Het is een beeld dat ook naar voren komt in het boek ‘Inventing the Individual. The Origins of Western Liberalism’ van de Amerikaans-Britse filosoof Larry Siedentop. Volgens Siedentop, die de geboorte van het individu over meer dan tweeduizend jaar volgt, is het liberale secularisme in het Westen een geschenk van het vroege christendom aan de wereld. Volgens Siedentop legde de interpretatie van apostel Paulus over de nalatenschap van Jezus het fundament van het liberaal secularisme. Daarvoor haalt hij onder meer Paulus’ Brief aan de Galaten (3:28) in de Bijbel aan: “Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus”. Niet de familie, niet traditie, maar je individuele vrije wil bepaalt of je gered kunt worden door de christelijke God. Voor God zijn alle mensen gelijk.

De strijd om de heilige plaatsen in Palestina

Het tweede gezicht van het christendom is het gezicht dat naar voren komt uit de door westerse christenen ondernomen kruistochten die tussen 1095 en 1271 werden ondernomen naar Palestina. De kruistochten waren het gevolg van de overtuiging dat het christendom de als rechtmatig eigendom beschouwde heilige plaatsen in Palestina diende te bevrijden van de islamitische heersers, die ze sinds het jaar 638 in bezit hadden. De kruistochten werden verkocht als een poging om Jeruzalem, Bethlehem en Nazareth op de moslims te heroveren. Maar ze waren in feite niets anders dan een vroeg voorbeeld van een Europese expansiebeweging, een zoektocht naar nieuw grondgebied en nieuwe invloedssferen. In totaal werden er in de periode 1096 tot 1272 negen kruistochten gehouden. Ze begonnen meestal met een oproep door de paus. Een oproep die daarna door middel van een pauselijke bul en preken van geestelijken werd verspreid. De christelijke kruistochten legden in Europa de basis voor een strijd tegen wat de binnenlandse en buitenlandse vijanden van het christendom werd gezien, de Joden en de moslims. Het is een denken dat tot op de dag van vandaag voortwoekert.

Paus Urbanus

Het is paus Urbanus de tweede die volgens Karen Armstrong kan worden gezien als degene die in Europa de basis heeft gelegd voor de vreemdelingenhaat. Volgens het in 2015 bij de Bezige Bij uitgebrachte boek ‘In naam van God. Religie en geweld’, legde Urbanus II volgens Karen Armstrong met de door hem gestarte kruistochten de basis voor het antisemitische geweld in Europa. Het maakte het antisemitische geweld tot een chronische ziekte, aldus Armstrong, die als een van de meest vooraanstaande en meest gelezen schrijvers op het gebied van religie en cultuurgeschiedenis kan worden beschouwd. Telkens wanneer er een kruistocht werd afgekondigd, vielen christenen eerst de Joden in de buurt en op de route naar Palestina aan. De vervolging werd volgens Karin Armstrong, die van 1962 tot 1969 non was in een Engelse kloosterorde en wiens werk in meer dan veertig talen is vertaald, geïnspireerd door een religieuze overtuiging. Voor veel deelnemers aan de kruistochten speelde het argument dat het Joodse volk Jezus gekruisigd en vermoord een belangrijke reden om deel te nemen aan de kruistochten, door Urbanus II steevast een ‘bedevaart’ genoemd, en wraak te nemen op elke Joodse gemeenschap die ze onderweg tegenkwamen. Ook sociale, politieke en economische factoren speelden evenwel een rol.

De eerste kruistocht

Paus Urbanus II riep volgens Armstrong tijdens het door hem uitgeroepen bisschoppelijke bijeen-komst op 27 november 1095 in Clermont, in het zuiden van Frankrijk, op tot de eerste kruistocht. Aanleiding was dat de Turkse Seltsjoeken het Byzantijnse leger had verslagen, Palestina hadden veroverd en christenen steeds meer beperkingen werden opgelegd om de heilige plaatsen te bezoeken. Op een gegeven moment werd het christelijke pelgrimages moeilijk of zelfs geheel onmogelijk gemaakt om naar Jeruzalem en andere steden te reizen. Met als doel eerst de Turken terug te dringen in Byzantium moest de uit 600.000 kruisvaarders tellende eerste kruistocht daarna verder trekken naar het Heilige Land om Jeruzalem te bevrijden. Eenmaal aangekomen in Jeruzalem werd de stad op 15 juli 1099 veroverd op de moslims. In drie dagen tijd werd een bloedbad aangericht onder dertigduizend mensen. Zowel Joden als moslims werden op grove wijze afgeslacht. Kroniekschrijvers omschrijven de verovering van Jeruzalem als een keerpunt in de geschiedenis, zegt Karen Armstrong. Na de verovering werden moslims in het Westen gezien als een ‘vuil en abominabel ras’, ‘verachtelijk, ontaard en tot slaaf van demonen gemaakt’, ‘volkomen vreemd aan God’ en ‘alleen geschikt voor uitroeiing’. De kruistochten werden volgens Armstrong geïnspireerd door religieuze passie, maar waren ook uiterst politiek van aard. Paus Urbanus II liet de ridders van het christendom los op de moslimwereld om de macht van de kerk naar het Oosten uit te breiden en een pauselijke monarchie te stichten die de macht over het christelijk Europa had, aldus Armstrong.

De rol van Europese christenen

Niet alleen Karen Armstrong is klip en klaar over de rol die paus Urbanus II speelde in het tot een chronische ziekte maken van het antisemitische geweld in Europa. Ook Daniël de Lange, oud-jezuïet en jarenlang toneelrecensent van de Volkskrant, legde het verband tijdens een in 1979 op de Vrije Universiteit van Amsterdam gehouden lezing. Ik was bij de lezing aanwezig die ik op cassette heb opgenomen. Het betreffende bandje heb ik niet meer terug kunnen vinden, wel een transcriptie die van de cassette is gemaakt. De lezing die Daniël de Lange op de VU hield had als titel ‘Historische lijnen van het fascisme’. Volgens De Lange verschijnt het fascisme na 1920, maar maakt het gebruik van veel oudere voorstellingen, verwachtingen en aversies. Ook volgens De Lange was het paus Urbanus II die de synode van Clermont-Ferrand van 18 tot 27 november 1095 gebruikte om de Europese christenheid te wapen te roepen. De paus heft volgens De Lange evenwel een gevaarlijk kreet aan om de kruistocht aan de man te brengen. Hij zegt: ‘God wil het’. “Nou is het altijd onverstandig om God met politiek te mengen, bij deze gelegenheid heeft het catastrofale gevolgen en in mijn visie is ook het fascisme een van die gevolgen.” In de eerste plaats om op verzoek van de Byzantijns keizer Alexius I te helpen bij de verdediging van Constantinopel tegen de Turken in Anatolië, verlegde het reisdoel van de kruistochten zich al snel naar Jeruzalem. De eerste kruistocht is volgens De Lange “de opstap geweest naar de verfoeilijke demonisering van de tegenstander. Want de tegenstander is tegen de wil van God, tegen gelovigen, dus ongelovig, dus voorwerp van verachting, marteling, verdelging”. De door De Lange genoemde volkskruistocht die in 1096 vertrekt, voorafgaand aan de eigenlijke ridderlegers van de eerste kruistocht, is samengesteld uit boeren, dieven, armen, ontwrichten, zwervers en mensen die zich in de toenmalige samenleving zich niet konden vinden. De kruistochten beginnen in het Rijnland met de Jodenvervolging. Het laat verder in Zuid- en Midden-Europa een spoor van vernieling en vernietiging achter. Met de vernietiging van de bevolking van Jeruzalem is volgens De Lange de tegenstander gedemoniseerd. Met de kruistochten waar paus Urbanus II de loopplank voor heeft uitgelegd, is de duivel in de Europese geschiedenis geïntroduceerd die verdelgd moet worden. Het heeft de demonisering en de verdelgingswens gekoppeld aan een binnenlandse en buitenlandse vijand. Tegen de Joden in het Rijnland, die daar al eeuwen gevestigd waren, en tegen de Arabieren in Klein-Azië en Palestina.

Angst voor de buitenwereld

Als gevolg van de crisis waarin Europa zich momenteel bevindt, beginnen zich in verschillende Europese landen opnieuw voorbeelden af te tekenen van populistische en nationalistische bewegingen die opnieuw de aanloop zouden kunnen zijn voor demonisering en verdelging van andersdenkenden. Volgens de op 29 december 2015 gepubliceerde kwartaalrapportage ‘Burgerperspectieven’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is de Nederlander bang voor de grote buitenwereld. Burgers maken zich zorgen over de open grenzen en de toestroom aan vluchtelingen. Er bestaat een toenemende angst voor verdringing en verlies van de ‘eigen cultuur’. Sommigen omschrijven het als ‘We laten onze eigen mensen in de steek’. Burgers maken zich meer en meer zorgen over de invloed van het buitenland op Nederland dan enige jaren geleden. Dat is ook te merken aan het beeld dat in de afgelopen jaren is ontstaan over de aan Griekenland geleverde financiële steun, het draagvlak voor de Euro en het onvermogen van de Europese Unie om de vluchtelingenstroom in goede banen te leiden. Nederland zou zich volgens een toenemende groep Nederlanders daarom minder op het buitenland moeten richten en meer op de problemen in het eigen land. In de tussentijd wordt voor politiek gewin onzekerheid en angst gezaaid en worden opnieuw binnenlandse als buitenlandse vijanden gecreëerd. Niet alleen in Nederland, ook in landen als Frankrijk, Duitsland, Polen en Hongarije wordt openlijk de oorlog verklaard aan politieke vijanden. In Nederland is het de PVV die het rechts-nationalistisch karakter verder aanwakkert. In Frankrijk hebben we te maken met het Front National en in Duitsland met Pegida. Het meest bont maken de Midden- en Oost-Europese landen als Hongarije en Polen het.

Binnen- en buitenlandse vijanden

Naast Hongarije waar premier Orban de afgelopen jaren de tegenstellingen met de Roma-bevolking heeft aangewakkerd en de media aan banden heeft gelegd, zijn ook de ontwikkelingen in Polen werkelijk angstaanjagend. Met de verkiezingen in oktober 2015 hebben de Polen massaal op de nationaal-conservatieven van Recht en Gerechtigheid (PiS) gestemd en daarmee het zeer katholieke Polen een flinke ruk naar rechts gemaakt. Net als in Hongarije zijn in Polen de publieke omroepen aan banden gelegd en is de greep van de staat op burgers versterkt. Daarbij flink geholpen door de spook-beelden die de partij heeft opgeroepen voor een invasie van vluchtelingen. Daarbij is ruim gebruik gemaakt van de demonisering en beelden die vluchtelingen associëren aan middeleeuwse ziekten. Zo zei de leider van Recht en Gerechtigheid (wat iets anders is als ‘rechtvaardigheid’), de zeer katholieke Jaroslaw Kaczynski, over vluchtelingen op 14 oktober 2015: “We hebben al te maken met de eerste verschijnselen van zeer gevaarlijke ziekten die Europa lang niet meer heeft gezien: cholera op de Griekse eilanden, dysenterie in Wenen en allerlei parasieten en eencelligen die niet gevaarlijk zijn in de organismen van die mensen, maar hier een bedreiging kunnen vormen”. De uitspraken zijn niet alleen eenmalig voor binnenlands gebruik. Eerder, op 11 juli 2007, zei Jaroslaw Kaczynski over zijn politieke tegenstanders: “Onze tegenstanders zijn verschrikkelijk kleine mensen, op elk gebied, moreel en intellectueel”. Eerder, in november 2003, zei hij over radicalisme, en deze uitspraak sluit aan op de demonisering: “Wij zijn niet te radicaal, alhoewel we natuurlijk wel in zekere zin radicaal zijn, want Polen heeft een zeker radicalisme nodig op het gebied van verandering en zuivering”.

Het Midden- en Oost-Europese kruitvat

We leven waarlijk in gevaarlijke tijden. “Ja, de wereldgebeurtenissen van vandaag vertonen sterke gelijkenis met die van de jaren dertig”, zegt ook Timothy Snyder, hoogleraar Geschiedenis aan de Yale Universiteit. In zowel zijn boek ‘Bloedlanden. Europa tussen Hitler en Stalin’ van 2010, als in zijn eind 2015 gepubliceerde boek ‘Zwarte aarde. Geschiedenis van de Holocaust’ gaat Snyder in op de ontwikkelingen in Midden- en Oost-Europa in de jaren dertig en gaat hij dieper in op de Holocaust. In een interview met Angela Wals in de Volkskrant van 24 oktober 2015 zegt Timothy Snyder over de Holocaust: “De Holocaust voltrok zich om meerdere redenen die we kunnen duiden. Meerdere van die factoren dienen zich nu aan. Die zouden in de toekomst kunnen samenvallen. De ideeën die aan de Holocaust te grondslag liggen, zijn niet zo uniek als wij vaak denken”. Op de vraag of de Holocaust nog een keer plaats kan vinden, beantwoordt Snyder met een volmondig ‘ja’. Maar het nazi-scenario van 1941 zal niet in precies dezelfde vorm terugkomen, in de zin dat de Duitsers weer de Joden zullen vermoorden, zo zegt hij. Wel zien we hetzelfde soort argumenten weer opdoemen. Zo hanteren de Russen volgens Snyder met de bezetting van de Krim vergelijkbare historische argumenten als Hitler in de jaren dertig deed: het Oekraïense grondgebied heeft altijd bij ons gehoord en daarom was het eigenlijk al van ons. Naast annexatie van de Krim verklaart Rusland dat Oekraïne eigenlijk niet bestaat en probeert het land te destabiliseren en te ontmantelen. En door te verklaren dat een staat eigenlijk niet bestaat wordt de basis gelegd dat haar inwoners ook niet bestaan en daarmee rechteloos zijn. Het is een proces wat analoog is aan wat Hanah Arendt een cruciaal moment in de opmaat van de Tweede Wereldoorlog noemde. Het geleidelijk ontnemen van de rechten van mensen, het vermoorden van de rechtspersoon in de mens, legde de eerste essentiële stap op weg naar totale overheersing, aldus Hanah Arendt in haar boek ‘De banaliteit van het kwaad. Een reportage’ over het proces tegen Eichmann.

Ontwaken uit een moreel vacuüm

Het is tegen deze achtergrond dat op woensdag 6 april 2016 in Nederland een raadgevend, niet bindend referendum wordt gehouden over het Associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. Met in totaal 427.939 verzamelde geldige handtekeningen wist GeenPeil eind 2015 een refendum af te dwingen over het Associatieverdrag dat door een ruime meerderheid van de Tweede Kamer werd aangenomen. Alleen SP, PVV en Partij voor de Dieren stemden tegen. Bedoeld als een uiting van on-vrede met de Europese Unie, krijgt het referendum tegen de achtergrond van de geopolitieke spanningen in Midden- en Oost-Europa de komende maanden een extra dimensie. De Oekraïense president Petro Porosjenko noemde in een uitgebreid interview met Hubert Smeets van NRC-Handelsblad van 26 november 2015 dat de initiatiefnemers voor het referendum “bewust of onbewust de Russische agressie in de kaart spelen”. Iedereen moet weten, aldus Porosjenko, “dat een stem voor het referendum ook een stem is voor of tegen de Oekraïners die hun leven hebben gegeven voor Europese waarden”. Het referendum over het Associatieverdrag zou wel eens een tot verdieping van de huidige Europese existentiële crisis kunnen leiden. Nu al zien we de voortekenen daarvan. Want terwijl de historicus Timothy Snyder in de Volkskrant van 24 oktober 2015 zegt dat de het beleid van Poetin in Oekraïne twee miljoen vluchtelingen op gang heeft gebracht, zegt Thierry Baudet, een van de initiatiefnemers tot het referendumverzoek van GeenPeil, dat het Associatieverdrag niet leidt tot economische versterking van Oekraïne, maar juist zal leiden tot meer immigratie. Daarmee maakt GeenPeil het referendum tot een soort Russisch roulette over vluchtelingen. Vluchtelingen die juist het slachtoffer zijn van de oorlogshandelingen in de Krim en in Syrië en niet het gevolg zijn van het Associatieverdrag. Hopelijk dat de laatste berichten over het door Russische soldaten neerschieten van MH17 boven Oekraïens grondgebied iedereen tijdig doet beseffen dat het stemmen vóór het Associatieverdrag op 6 april 2016 de enige juiste keuze is. Mogelijk dat het referendum Nederland, en daarmee Europa, tijdig laat ontwaken uit het morele vacuüm waarin het momenteel gevangen zit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*