Ontkerkelijking een ‘seculier experiment’?

Kerk  Ontkerkelijking een ‘seculier experiment’? KerkDe van katholieke huize stammende Hans Boutellier, wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, heeft met ‘Het seculiere experiment’ een interessant boek geschreven waarin hij op basis van vijf veldstudies op zoek gaat naar de politiek-morele vraagstukken van deze tijd. In zijn veldstudies kijkt hij minutieus naar ontwikkelingen in de afgelopen vijftig jaar op het gebied van criminaliteit, veiligheid, seksualiteit, integratie en de rol van politieke wetenschappen. Op basis van de veldstudies tot de conclusie komt dat de Nederlandse samenleving een ‘pragmacratie’ is geworden waarin een verbindende moraal is verdwenen en ‘het geloof’ een warboel is geworden. 

Seculier experiment

Dat hij de ontkerkelijking en secularisering sinds de jaren zestig van de vorige eeuw betiteld als een ‘experiment’, ook al verwijst hij daarbij naar de vooraanstaande politicoloog Mark Lilla, geeft mijns inziens een verkeerde beeld over wat er gaande is. Wat wel klopt is de redenering van Boutellier dat de secularisering mondiaal en historisch een vrij unieke situatie is. Zeker als we zien dat de secularisering het meeste aanslaat in moderne westers georiënteerde landen. Overigens wordt secularisering door Boutellier niet gezien als de afwezigheid van een geloof in een hogere macht, maar als een afname van wat hij noemt ‘de sociaal regulerende functie van een gemeenschappelijk geloof in een (intentionele) hogere macht.’  Daar is in Nederland zeker sprake van. Volgens gegevens van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) daalde het percentage Nederlanders dat een kerkelijke gezindte had van 82 procent in 1960 naar 51 procent in 2014.  En in dat jaar bezocht 77% van de Nederlanders zelden of nooit een religieuze dienst.

De seculariseringsthese

Secularisering is zeker geen mondiaal verschijnsel en zeker niet een noodzakelijk proces dat alle landen als een soort historisch onontkoombare uitkomst van de modernisering dienen te volgen.  Volgens Boutellier zijn er minstens drie argumenten tegen de seculariseringthese. Ten eerste dat religie niet verdwijnt, maar maatschappelijk een gedaanteverwisseling heeft ondergaan.  Zo zijn religieuze waarden (zoals naastenliefde) volgens Boutellier uitgebreid met sociale waarden (solidariteit) en vitale waarden. Zoals op het gebied van seksualiteit, gezondheid en milieu. Ten tweede is door de individualisering niet zozeer de aard van het geloof, als wel de sociale beleving ervan veranderd. Geloven doen we niet meer met z’n allen in de kerk, we geloven eerder individueel en anders. En ten derde gaat religie op allerlei plaatsen in de wereld gewoon door. Daarbij wordt onder meer gewezen op de continuïteit ervan in de Verenigde Staten en de groei van christendom en islam in Afrika en Azië. De seculariseringthese is op mondiale schaal inderdaad onhoudbaar, maar heeft wel goede papieren als we secularisering niet alleen koppelen aan ontkerkelijking, maar kijken naar ontkerkelijking en het bezoek van religieuze diensten in combinatie met de eerder doorgevoerde scheiding van religie en staat. 

Lange lijnen westerse samenleving

Door naar de lange lijnen van de westerse geschiedenis te kijken, en het ontstaan van de ‘seculiere staat’ in Europa, de Verenigde Staten en Canada als een tussenstap te zien van een al langer lopend seculariseringproces, is de ontkerkelijking niets anders dan een nieuwe fase in de historische ontwikkeling van de moderne westers samenleving. Secularisering wordt niet bepaald door ‘een afname van een gemeenschappelijk geloof in een hogere macht’, en dus bepaald door de mate van ontkerkelijking, maar door het tijdens de Verlichting doorgebroken besef dat staat en religie, althans in theorie of in formele zin, van elkaar gescheiden dienen te zijn. Kijken we naar secularisering als een proces dat  een nieuwe impuls heeft gekregen met de ‘ontkerkelijking’, dan verschilt de ontwikkeling van Europa in grote lijnen ook niet zo veel van die van de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland.

Seculiere conditie

Dan is ook niet zo zeer sprake van een ‘seculier experiment’, maar van een ‘seculiere conditie’, een begrip dat ook in het boek van Boutellier voorkomt. In beide werelddelen is sinds de scheiding van kerk en staat, sprake van een ‘seculiere staat’. Dat is overigens niet hetzelfde als een ‘neutrale staat’. Een term die ook vaak wordt gebruikt. Want juist daarin verschillen de Verenigde Staten en Europa van elkaar. Het verschil komt door het feit dat Europa een historie heeft met religie. In Europa zit religie in de haarvaten van de samenleving. Tal van maatschappelijke organisaties en ook de staat dragen die geschiedenis met zich mee, en daarmee de waarden van het religieuze.  In Europa is het zo goed als onmogelijk om de staat en maatschappelijke ontwikkelingen niet in etnisch-religieuze of etnisch-linguïstische termen te beschouwen. Tal van Europese landen zijn seculier, maar zijn niet strikt neutraal zoals de Verenigde Staten. Zo wordt in Europa religie (het Nederlands onderwijs) of  non-religie (het Frans laïcite) bevoordeeld.

Lockeaanse neutraliteit

De Verenigde Staten hebben geen last van de etnisch-religieuze geschiedenis van Europa. De Verenigde Staten is een natie zonder historie. Sinds haar oprichting, waarin vanaf het begin rekening wordt gehouden met de opvatting van minderheden, heeft de Amerikaanse staat haar overheidsorganen ingericht vanuit het idee van de lockeaanse neutraliteit, genoemd naar de zeventiende-eeuwse filosoof John Locke. Daarbij worden in wetten religieuze overtuigingen niet strafbaar gesteld en dienen wetten non-discriminatoir zijn ten aanzien van religieuze gebruiken. Daarnaast heeft zich een tweede traditie ontwikkeld die in Europa niet bestaat. De basis van deze traditie werd gelegd door de zeventiende-eeuwse filosoof Roger Williams.

Accommodationisme

Roger Williams was een uit Londen afkomstige religieus leider die in 1630 naar Massachusetts zeilde en een groot pleitbezorger van religieuze vrijheid en het respecteren van minderheden. Volgens deze traditie, die accommodationisme wordt genoemd en in tal van wetten is terug te vinden, dient de bescherming van de gewetensvrijheid van burgers nog steviger verankerd te zijn dan in de neutraliteit die door John Locke werd verkondigd. Het accommodationisme gaat er vanuit dat  wetten in een democratie altijd opgesteld worden door meerderheden. Deze meerderheden dienen echter niet alleen met religieuze meerderheden of minderheden rekening te houden. De meerderheden dienen ook rekening te houden met mensen die geen religieuze beginselen delen, maar toch zedelijke deugden met religieuze mensen gemeen hebben en betrouwbare burgers kunnen zijn. Alleen op basis van ‘dwingend staatsbelang’, waarbij vitale publieke belangen aan de orde zijn, zoals vrede, openbare orde en veiligheid, kunnen  volgens Williams verzoeken van minderheden voor een speciale behandeling (accommodatie) worden afgewezen.  Volgens Martha Nussbaum, Amerikaanse hoogleraar recht en ethiek aan de Universiteit van Chicago is het accommodationistische principe duidelijk superieur aan het lockeaanse principe.

Spanningen neutraliseren                                                  

Het zijn deze twee Amerikaanse tradities waardoor er in de Verenigde Staten zoveel anders naar de religieuze achtergrond van immigranten wordt gekeken dan in Europa. En dan kan Boutellier wel wijzen naar de continuïteit van religie in de Amerikaanse samenleving en constateren dat in Europa sprake is van een opleving van het geloof, daarmee is nog niet onderbouwd dat er sprake is van een ‘seculier experiment’ dat kan worden stopgezet. Het aandeel burgers dat geen kerkelijke gezindte heeft, en dat mogelijk nog wel zal fluctueren in de komende decennia, is daarvoor veel te groot. Op basis van de toenemende religieuze spanningen verwacht ik eerder dat Europa, wil het de spanningen in de samenleving kunnen neutraliseren, de kant op zal gaan van het Amerikaans accommodationisme. Het begin januari naar de Tweede Kamer gestuurde wetsvoorstel ‘Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen’ van staatssecretaris Dekker, zou ik als een voorbeeld van deze ontwikkeling willen zien. Hierbij wordt de financiering van bijzondere scholen niet langer gebaseerd op de levenbeschouwelijke visie van de school (denominatie), maar kan een school in het vervolg ook op basis van een pedagogische grondslag worden gefinancierd.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*