Moet de overheid buiten de islam blijven?

Moskee Rotterdam  Moet de overheid buiten de islam blijven? Moskee RotterdamOnder de kop ‘Overheid moet buiten de islam blijven’ stond er in NRC-Handelsblad van 28 juli 2015 een interessant artikel van Sebastien Valkenberg, filosoof en schrijver. In het artikel bekritiseert hij onder meer uitspraken van Job Cohen, Lodewijk Asscher en Bert Koenders waarin zij zeggen dat de integratie van migranten het best via hun geloof kan verlopen. Vooral de opmerking van Bert Koenders dat een onlangs georganiseerd tournee van 53 Marokkaanse imams langs Nederlandse moskeeën tot een opleiding voor polderimams kon leiden, schoot bij Valkering in het verkeerde keelgat. De redenering is een wolf in schaapskleren, zo stelde hij. ‘Op het eerste gezicht ogen de pleidooien voor een light-versie van de islam voor de hand liggend’.  Maar juist in de aannemelijkheid ervan zit volgens hem het venijn van de argumentatie. ‘Stel dat overspel of blasfemie worden bestraft met 200 zweepslagen. Een vrijzinnige prediker zou dat wellicht tot de helft kunnen terugbrengen of kunnen omzetten in een andersoortige straf’.  De overheid moet niet flirten met de inhoud van een godsdienst, zo meent hij. De enige oplossing is volgens Sebastien Valkenberg ‘dat de overheid moet ijveren voor een seculiere islam’.  De benadering van Valkenberg oogt op het eerst gezicht sympathiek, maar is ongenuanceerd, verwarrend en brengt risico’s met zich mee.

Politieke islam of seculiere islam

Laat ik beginnen met de stelling dat een seculiere islam de enige vorm van islam in Nederland en Europa kan zijn die wettelijk kan worden toegestaan. De seculiere islam is een religie die de grenzen van de rechtstaat respecteert. De islam is daarbij, net als elke andere religie, ondergeschikt aan seculiere wetten. Op deze manier hoeven beleidsmakers zich volgens Valkenberg, en ik ben het op dit punt met hem eens, niet te wagen op het glibberige pad van de theologie. Beleidsmakers richten zich tot burgers wier loyaliteit in eerste plaats bij de wet ligt. Het geharrewar over welke religieuze interpretatie de boventoon moet voeren, is daarmee in één klap irrelevant geworden. Als voorbeeld van iemand die consequent volgens dit axioma redeneert, roemt Valkenberg de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb. Na de aanslagen op Charlie Hebdo was hij niet alleen als moslim woedend, hij was ook een hartstochtelijk verdediger van de vrijheid.  ‘Als je die vrijheid niet zit zitten, in hemelsnaam, pak je koffer en vertrek’, zo zei hij tegen radicaliserende jongeren die voorstander zijn van een politieke islam. Dat hij de rechtsstaat voortdurend als referentiekader hanteert bleek eerder al uit een reactie die hij als wethouder in Amsterdam had gegeven op de publicatie ‘De weg van de moslim’.  In deze publicatie staat dat homoseksuelen van vijfhoog naar beneden dienen te worden gegooid. Abouteleb liet daarop weten dat dit een oproep is tot het verrichten van een daad die in strijd is met de rechtsorde in Nederland. ‘Ik ben wethouder, ik houd mij aan de wet. En in de wet staat, onder andere, dat het vermoorden van onze medemens niet is toegestaan’.

Eurocentrisme

Nu is met het pleidooi van Sebastien Valkenberg voor ‘een seculiere islam’ en ‘een neutrale staat’ niks mis. Integendeel. Waar evenwel vraagtekens bij moeten worden geplaatst, is zijn uitspraak dat ‘staat en kerk in beginsel gescheiden dienen te zijn’, alsmede de veronderstelling die uit zijn betoog spreekt dat de uitspraken van Cohen, Asscher en Koenders kunnen leiden tot het accepteren van islamitische straffen in Nederland. Het venijnige in de redenering  van Valkenberg, om zijn woordkeuze even aan te houden, zit hem in zijn dubbelzinnigheid. Zo is Valkenberg voor een neutrale staat, maar dient staat en kerk alleen in beginsel gescheiden te zijn. In zijn op zich interessante betoog zit een levensgrote valkuil. En dat is dat met zijn benadering het beginsel dat staat en kerk in Nederland gescheiden zijn, een beginsel dat al sinds jaar en dag een van de beginselen is van onze rechtstaat, wordt verlaten. Valkenberg heeft zich zo vereenzelvigd met de West-Europese continentale kijk waarmee hij is opgegroeid, dat hij niet meer ziet waardoor hij wordt beperkt. Volgens die West-Europese kijk is de staat neutraal, maar kan de staat toch een rol spelen. Er is geen sprake van een duidelijke grens. Helemaal consequent is Valkenberg in zijn redenering niet.

Franse laïcité

Dat Valkenberg niet consequent is, is niet verbazingwekkend. De door hem gehanteerde redenering bepaald in de praktijk nog steeds van het functioneren van de Nederlandse rechtstaat. Ondanks dat de Nederlandse staat uitgaat van de vrijheid van godsdienst, de neutraliteit van de overheid en van het gelijkheidsbeginsel, wordt er door de staat steun gegeven aan activiteiten die tot de kerntaken van godsdiensten behoren en bestaan er ‘bijzondere omstandigheden’ waaronder er overheidssteun kan worden gegeven. Ook in het Nederlands staatsbestel zijn staat en kerk in beginsel gescheiden. Zo worden ook bij het financieren van scholen de traditionele ‘geloofsovertuigingen’ bevoordeeld. Wil je een nieuwe school oprichten dan moet het initiatief passen binnen een levensbeschouwelijke ‘richting’. En terwijl de secularisering sinds de jaren zestig enorm is toegenomen heeft ruim 60 procent van de scholen nog steeds een religieuze basis. Staat en kerk, en Valkenberg wijkt daar niet vanaf, zijn daarmee niet zo strikt gescheiden als in Frankrijk. In Frankrijk is de ‘neutrale staat’, tot op zekere hoogte overigens, het meest doorgevoerd. Frankrijk gaat uit van totale scheiding van kerk en staat. Zo houdt het Franse laïcité in dat religie geen sporen mag nalaten in het publieke domein en dat het aan het publieke domein is toegestaan om religie in een nadelige positie te plaatsen ten opzichte van non-religie. De ‘staatsreligie’ van Frankrijk is daarmee een vorm van non-religie. Als we, zoals de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum in haar boek ‘De nieuwe religieuze intolerantie’ (2013) doet, wat aandachtiger kijken naar het Franse laïcité, dan blijken ook de restricties die de Franse staat vanuit dit principe doorvoert vaak ongelijk en discriminatoir te zijn. Zo bevoordeelt Frankrijk non-religie boven religie en beperkt het de vrijheid van religieuze meningsuiting zonder dat daar een dwingend staatsbelang voor bestaat. Dat is heel anders dan in de Verenigde Staten. In de VS mag de overheid religie niet begunstigen ten opzichte van non-religie, maar mag ook non-religie niet worden begunstigd ten opzichte van religie.

Amerikaanse traditie

De Amerikaanse  traditie met het omgaan met religie heeft alles te maken met de geschiedenis van de Verenigde Staten. In tegenstelling tot Europese naties die de neiging hebben om de natie en wie daar wel of niet deel van uitmaakt te beschouwen in etnisch-religieuze en etnisch-linguïstische termen, hebben de Verenigde Staten vanaf haar oprichting te maken met tal van minderheden. Naast de Amerikaanse traditie van de lockeaanse neutraliteit, waarbij wetten religieuze overtuigingen niet strafbaar stelt en wetten non-discriminatoir zijn ten aanzien van religieuze gebruiken, ontwikkelde zich in de VS een tweede traditie, waarvan de basis werd gelegd door de zeventiende-eeuwse filosoof Roger Williams. Deze traditie wordt ‘accommodationisme’ genoemd. Deze komt erop neer dat de bescherming van de gewetensvrijheid nog steviger dient te zijn dan in de neutraliteit die door de zeventiende-eeuwse filosoof John Locke werd verkondigd. De accommodationistische traditie redeneert dat de wetten in een democratie altijd opgesteld worden door meerderheden, maar dat die meerderheid niet alleen met religieuze meerderheden of minderheden rekening dient te houden, maar ook met mensen die geen religieuze beginselen delen, maar toch zedelijke deugden met religieuze mensen gemeen hebben en betrouwbare burgers kunnen zijn. Gelijk respect voor de gewetensvrijheid vereist met andere woorden dat vrijheid zo ruim is als te verdedigen valt met de openbare orde en veiligheid. Geloof of geen geloof.

Scheiden religie en moraal

In lijn met de accommodationistische traditie waarbij in de wetgeving consequent zowel met religieuze minderheden als met niet-religieuze minderheden rekening wordt gehouden, en aan beide kanten geen sprake kan zijn van enige vorm van discriminatie, volgt dat dit alleen mogelijk is door onderscheid te maken tussen moraal en godsdienst. Volgens Paul Cliteur in ‘Moreel Esperanto'(2007) is alleen met een strikte scheiding tussen moraal en religie een duurzame oplossing mogelijk is voor de problemen waarin de hedendaagse samenleving terecht gekomen is. Een waarlijk neutrale staat is, in lijn met de Amerikaanse traditie, dus neutraal in alle opzichten. Zowel ten opzichte van religieuze meerderheden en minderheden als van niet-religieuze meerderheden en minderheden. Geloven of niet-geloven is iets persoonlijks en staat los van staat en overheid. Staat en kerk dienen dus niet in beginsel gescheiden te zijn. Het gaat er om dat het staatsrechtelijk beginsel van de scheiding van staat en kerk van toepassing is. Overheden dienen zowel religie als non-religie niet te bevoordelen. Een ander punt betreft de vraag of de overheid wel of niet voor een seculiere islam zou kunnen ijveren, zoals Sebastien Valkenberg voorstelt. Gaan we uit van de Amerikaanse traditie van het ‘accommodationisme’, dan zou ook het door de overheid ijveren voor een seculiere islam een brug te ver zijn.

Orthodox of  hervormingsgezind

Het ijveren voor een seculiere islam is in feite in strijd met de ook door Valkenberg voorgestane neutrale staat. Toch zouden er overwegingen en momenten kunnen zijn om als overheid tijdelijk steun te geven aan een religie of levensbeschouwing die, vergeleken met anderen, op achterstand staat. Zo is er binnen de islam een strijd gaande tussen fundamentalisten en hervormingsgezinden.  De fundamentalisten zijn volgens velen daarbij aan de winnende hand. Je zou de vrijzinnigen dus tijdelijk kunnen ‘helpen’. Daarnaast is het vooral bij jongeren binnen de islamitische gemeenschap in Nederland  nog geen normale zaak, om met de woorden van Ahmed Aboutaleb te spreken, dat de Nederlandse rechtstaat boven individuele geloofsbeleving gaat. Overigens vindt een overgrote merendeel van de moslims dat politiek en geloof gescheiden werelden zijn. Volgens het SCP-rapport ‘Geloven binnen en buiten verband'(2014) is het percentage Marokkaanse moslims dat vindt dat geloof en politiek niets met elkaar te maken moeten hebben even groot als onder de hele bevolking (66%). Het percentage is bij Turkse moslims met 78% zelfs hoger. Dat is daarmee nog iets meer dan onder rooms-katholieken (76%). Wel is de bereidheid tot het zonder meer opvolgen van geloofsregels in protestantse en vooral in katholieke kring beduidend geringer dan onder moslims, zeker in vergelijking met Marokkanen. Zo vindt 54% van de Turken en 73% van de Marokkanen dat moslims moeten leven volgens de regels van de islam. Bij de bevolking als geheel gaat het om 34%.

Versterking afzijdigheid

Als je de bijdrage van Valkenberg goed tot je door laat dringen is zijn kritiek op Cohen, Asscher en Koenders niet zozeer gericht op het feit dat zij steun zouden geven aan het versterken van een seculiere islam, als wel op de mogelijke consequenties daarvan. Namelijk dat hun uitspraken zouden kunnen leiden tot het accepteren van niet gewenste ontwikkelingen. De door Valkenberg voorgestane ‘neutrale staat’ en zijn pleidooi voor een ‘seculaire islam’ heeft evenwel als nadeel dat het de neutraliteit in het maatschappelijk debat dreigt te versterken. Met het pleiten voor een overheid die buiten de islam blijft, loopt Valkenberg het risico dat geloofsgenoten het zelf maar moeten uitzoeken. Dat blijkbaar gewacht kan worden tot het moment dat er van binnenuit pogingen tot liberalisering worden ondernomen. Dit lijkt mij verre van verantwoord. Hoeveel tijd zouden we daar dan niet voor moeten nemen? En kan kritiek van ‘binnenuit’ wel tot ontwikkeling komen zonder steun ‘van buiten’?  Het betoog van Valkenberg heeft mijns inziens niet aangetoond dat Cohen, Asscher en Koenders zich diepgaand met theologische strijdvragen hebben beziggehouden. Ze hebben mijns inziens niet geflirt met de inhoud van een godsdienst, zoals Valkenberg stelt, of een standpunt in een theologisch dispuut ingenomen. Ook hebben ze geen voorkeur voor een bepaalde religieuze stroming of levensovertuiging geuit. En hun opmerkingen zijn zeker niet te zien als de opmaat tot het accepteren van islamitische straffen in Nederland.

Compenserende neutraliteit

De wijze waarop de overheid en politici tijdelijk steun geven aan niet-fundamentalistische stromingen, iets dat overigens wel op voet van gelijkheid moet gebeuren en waarbij de islam niet anders dan andere religies en non-religies wordt behandeld, zou mijns inziens daarom heel goed kunnen worden gesteund. En ik zou er nog het volgende aan willen toevoegen. Alleen wanneer overheden in navolging van de Verenigde Staten op alle onderdelen van hun wetgeving religie niet begunstigen ten opzichte van non-religie, en non-religie ook niet begunstigen of benadelen ten opzichte van religie, alleen dan zal het mogelijk worden gelijkheid en rechtvaardigheid in de westerse samenleving op een hoger plan te brengen. Net zoals we van de burger mogen verwachten dat zij geloof en politiek weten te scheiden, zo dient ook staat en kerk gescheiden te zijn. De staat dient ‘neutraal’ te zijn in alle opzichten. Van politici mag evenwel worden verwacht dat zij op die momenten dat het nodig is initiatieven nemen waarmee de ‘neutrale staat’ wordt versterkt. Daaronder vallen ook vormen van compenserende neutraliteit zoals door Cohen, Asscher en Koenders verwoord: het als overheid of politici tijdelijk steunen van een religie of levensbeschouwing die, vergeleken met anderen, op achterstand staat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*