John Rawls en de PvdA over ongelijkheid en rechtvaardigheid

John Rawls  John Rawls en de PvdA over ongelijkheid en rechtvaardigheid John RawlsHet boek ‘Een theorie van rechtvaardigheid’ van de Amerikaanse filosoof John Rawls geldt als een van de belangrijkste filosofische werken. Verschillende politici, zowel van liberale als van sociaal-democratische huize, zijn er door beïnvloedt en hebben het boek als uitgangspunt genomen voor het maken van politieke keuzen. In ‘Een theorie van rechtvaardigheid’ tracht Rawls antwoord te vinden op de vraag wat een rechtvaardige politieke orde is. Hoe dient een rechtvaardige samenleving eruit te zien? En welke fundamentele keuzen moeten daarin worden gemaakt? Vraag is of het boek dat dateert uit 1971 nog steeds als een kader kan dienen voor het beoordelen van actuele maatschappelijke kwesties, bijvoorbeeld waar het gaat om het aanpakken van inkomens- en vermogensongelijkheid?

Mijn antwoord op deze vraag is: ja, dat kan. De maatschappelijke ongelijkheid neemt wereldwijd en ook in Nederland toe. Niet alleen als er naar de inkomens- en vermogensongelijkheden wordt gekeken, ook als wij kijken naar de toegenomen kloof tussen geschoolden en ongeschoolden. Zo hebben arme kinderen een lagere levensverwachting ee een bovengemiddelde kans op slechter onderwijs dan kinderen uit een welvarend gezin. Ook aan de toename van het aantal mensen dat gebruik maakt van voedselbanken kan je zien dat de ongelijkheid toeneemt. De toename van de ongelijkheid werd in 2014 nog eens bevestigd door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in haar verkenning ‘Hoe ongelijk is Nederland?’. Dat is ruim 20 jaar nadat Paul de Beer het rapport ‘Het verdiende inkomen’ publiceerde. Het rapport van De Beer, tegenwoordig bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen aan de UvA, doet een ruim beroep op de theorie van Rawls om tot een liberale interpretatie van sociaal-democratische rechtvaardigheid te komen.

Met betrekking tot een rechtvaardig inkomensbeleid benadrukt De Beer dat bij ‘de beoordeling van recht-vaardigheid van de inkomensverdeling (…) in de sociaal-democratische visie, niet zozeer de uitkomst bepalend moeten zijn, maar de factoren die eraan ten grondslag liggen’. Inkomensverschillen zijn ‘rechtvaardig’ als ze het resultaat zijn van vrije keuzes of als ze in het voordeel zijn van degenen met minder keuzemogelijkheden’. Het accent dient in deze rechtvaardigheidsopvatting dus niet te liggen op gelijkheid, op een enge doelstelling van het verkleinen van inkomensverschillen, maar op vrijheid. Vrijheid moet daarbij worden gezien als de ruimte die burgers hebben of krijgen om tot ontplooiing van hun persoonlijkheid in dienst aan de gemeenschap te komen.

Bij de klassieke vraag van de afweging tussen de doelstellingen van economische doelmatigheid en sociale rechtvaardigheid, heeft het sociaal-democratische accent tot de jaren negentig veel te veel op (inkomens) gelijkheid gelegen, zo betoogt De Beer. Daarmee neemt het rapport afscheid van het standpunt over inkomensverdeling dat in de interim-nota ‘Inkomensbeleid’ uit 1975 van het kabinet Den Uyl werd geformuleerd en dat zich in de praktijk ontwikkelde tot een statisch-egalitaire inkomenspolitiek. Volgens deze visie dient er te worden gestreefd naar een verhouding tussen de laagste en de hoogste inkomens van 1:5. Verkleining van inkomensverschillen, nivellering, leek de hoofddoelstelling van het inkomensbeleid. Volgens de gezaghebbende Rawls-specialist Percy B. Lehning worden in deze statisch-egalitaire inkomenspolitiek de effecten van de secundaire en tertiaire inkomensverdeling evenwel over het hoofd gezien. Verder wordt ook aan de effecten van een afruil tussen inkomensgelijkheid en inkomensniveau voorbij gegaan. Al met al dus een geen zinvolle aanpak.

Verder lezen? Lees dan het volledige artikel dat ik schreef over ongelijkheid en rechtvaardigheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*