Districtenstelsel Groot-Brittannië achterhaald?

David Cameron  Districtenstelsel Groot-Brittannië achterhaald? David CameronDe verkiezingen in Groot-Brittannië leverde een onverwacht spectaculaire overwinning op voor de Conservatieve Partij van David Cameron. Met 331 van de 650 zetels kreeg de Conservatieve Partij, dat slechts 37 procent van de stemmen haalde, een absolute meerderheid in het Lagerhuis. Een resultaat dat volgens het Financieel Dagblad van 6 mei 2015 nog onwaarschijnlijk leek. In tegenstelling tot de verkiezingen in 2010, toen één op de vier Britten op de Liberaal-Democraten stemde, hebben de Conservatieven de Liberaal-Democraten nu niet meer nodig om een regering te vormen. Labour haalde met 232 zetels 7 zetels minder dan waarop ze volgens de exit poll hadden gehoopt. De Conservatieven haalden 15 zetels meer dan op basis van de exit poll was voorspeld. In tegenstelling tot het Nederlands kiesstelsel waarbij altijd coalitievorming nodig is, leverde de uitslag snel duidelijkheid. Wie verliest kan vertrekken (Miliband, Clegg, Farage). Wie wint kan meteen aan de slag (Cameron).

Spectaculaire winst en verlies

Naast de spectaculaire winst voor de Conservatieven viel ook het enorme winst op voor de Schotse Nationale Partij op, die van 6 naar 56 zetels ging. Ook het enorme verlies voor de UK Independence Party (UKIP) van Nigel Farage en het verlies voor de Liberaal-Democraten van Nick Clegg vallen op. Zo nam het aantal zetels van de SNP toe van 8 naar 56 zetels en daalde het aantal zetels van de Liberaal-Democraten van 57 naar 8. De eurosceptische en anti-immigratiepartij UKIP, dat bij de Europese verkiezingen in mei 2014 nog 28 procent van de stemmen haalde en in de peilingen op 13 procent stond, zag hoewel ze als partij met flinke winst uit de verkiezingen kwam, haar zetelaantal in het Lagerhuis naar 1 teruglopen. En die zetel ging nog niet eens naar haar lijsttrekker Nigel Farage, die de zetel in zijn eigen district aan de Conservatieven af moest staan, maar naar Douglas Carswell. Labour die jarenlang kon rekenen op twee derde van de 59 Schotse Lagerhuiszetels zag haar zetels overgaan naar de sociaal-democratische Schotse Nationale Partij.

Nadelen van het enkelvoudig districtenstelsel

Direct nadat de definitieve uitslag bekend was werd er van diverse kanten kritiek geuit op het districtenstelsel dat Groot-Brittannië kent. Zo boekte Labour 1,5 procent winst, maar leverde de partij 26 zetels in. Bij elkaar opgeteld was het percentage stemmen op de Conservatieven en Labour in 2015 kleiner dan in 2010 (7,1 en 6,5 procent), maar groeide het verschil in parlement-zetels van 48 naar 99. Nigel Farage van UKIP vroeg zich openlijk af of het Britse kiesstelsel niet op de schop moest. Dat hij de vraag stelde was niet verwonderlijk. Landelijk haalde de partij 3,9 miljoen stemmen, goed voor 12,5 procent van het totaal aantal stemmen. Een toename van 9,5 procent ten opzichte van 2010. Toch vertaalde dit zich in slechts 1 zetel. In meer dan 100 districten werd UKIP tweede. Andersom haalde de Schotse Nationale Partij landelijk slechts 4,9 procent van de stemmen, maar wist zij dit, mede door de extreem hoge Schotse opkomst van 70 procent en de concentratie van de kiesdistricten, te vertalen in 56 zetels in het Lagerhuis. In Schotland is de SNP nu heer en meester. In feite is sprake van een éénpartijstaat. Het enkelvoudige districtenstelsel dat Groot-Brittannië kent, is voor een groot deel verantwoordelijk voor deze historische uitslag.

De winner-takes-all

In het enkelvoudige Britse districtenstelsel, dat een nauwere band tussen kiezer en gekozene oplevert, is per kiesdistrict 1 zetel te verdelen. De zetel gaat naar de kandidaat met grootste aantal stemmen. Net als in de Verenigde Staten geldt het winner-takes-all principe. Elke partij kan hoogstens 1 kandidaat stellen en de kandidaat met de meeste stemmen, ook al is dat minder dan 50 procent van de uitgebrachte stemmen in het district, wordt gekozen om het hele district in het Lagerhuis te vertegenwoordigen. Alle andere stemmen gaan verloren. Door het Britse districtenstelsel kunnen partijen met tussen de 10 en de 25 procent van de stemmen miljoenen stemmen binnenhalen, maar uiteindelijk op nul zetels uitkomen. Het is in dit systeem goed mogelijk dat zelfs iemand met minder dan 30 of 40 procent van de stemmen in het Lagerhuis wordt gekozen. Dus zonder steun van de meerderheid van de kiezers. Op deze manier werden in 2010 zelfs 112 Lagerhuisleden met minder dan 40 procent gekozen en 8 met minder dan 30 procent. Dit in tegenstelling tot het in Nederland en in tal van andere continentale landen in Europa bekende systeem van evenredige vertegenwoordiging. Het Britse districtenstelsel van de relatieve meerderheid is anders dan het Franse districtenstelsel. Het Franse systeem gaat uit van een absolute meerderheid. Wordt in een eerste ronde geen meerderheid gehaald, dan volgt een tweede ronde.

Vijf miljoen kiezers niet vertegenwoordigd

Een van de nadelen van het Britse kiesstelsel is dat een groot deel van de kiezers nooit in het Lagerhuis gehoord zal worden. Zo stemden in het hele land rond de vijf miljoen mensen op UKIP en de Green Party. Beiden zitten vanaf nu echter met slechts 1 zetel in het Lagerhuis. Voor zowel UKIP als de Green Party is dit nogal zuur. UKIP haalde 3,9 miljoen stemmen. De Green Party, die in 2010 nog slechts 285.000 stemmen haalde, haalde dit jaar door middel van een goede campagne meer dan 1,1 miljoen stemmen. Vier jaar geleden hadden de Britten nog de kans het kiesstelsel te hervormen. Per referendum werd de vraag voorgelegd het systeem waarbij de kandidaat met de meeste stemmen wint in te ruilen voor een systeem met voorkeursstemmen (Alternative Vote). In dit geval wordt er niet alleen rekening gehouden met de eerste voorkeur van de kiezer (First Paste The Vote). Het voorstel werd afgewezen in 645 van de 650 kiesdistricten. De hervorming was een van de kroonjuwelen van de Liberaal-Democraten die nu nog maar 8 zetels in het Lagerhuis hebben overgehouden.

Veranderingen in het Italiaanse kiesstelsel

Niet alleen in Groot-Brittannië is er discussie over het kiesstelsel. Ook in Italië is discussie over het kiesstelsel dat in 2005 door Berlusconi werd ingevoerd om de verwachte verkiezingsoverwinning van links te dwarsbomen. Het onlangs door premier Matteo Renzi door het parlement geloodste nieuwe kieswet voorziet in een bonus voor de partij die bij verkiezingen meer dan 40 procent van de stemmen krijgt. Naar analogie van de regels bij lokale verkiezingen krijgt de winnaar dan 55 procent van de zetels. De wijziging heeft tot doel meer politieke stabiliteit in het hedendaagse Italië te brengen. Critici vinden evenwel dat het systeem te veel macht in handen kan leggen bij één persoon, de leider van de winnende partij. Kritiek die ook geldt voor het Britse districtenstelsel. Opvallend was dat bij de stemming in het Italiaanse parlement de Vijfsterrenbeweging van Beppo Grillo en de Forza Italia van Berlusconi de zaal verlieten. De wet werd uiteindelijk aangenomen met 334 stemmen voor, 61 tegen en 4 onthoudingen. Het Italiaanse parlement telt 630 leden. De verwachting is dat het net als in Groot-Brittannië nog lang onrustig zal blijven in Italië.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*