Discriminatie en racistisch geweld blijven groeien

Discriminatie  Discriminatie en racistisch geweld blijven groeien DiscriminatieIn het eind 2015 door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) uitgebrachte rapport ‘De sociale staat van Nederland 2015′ wordt en aardig beeld gegeven van de stand van zaken van discriminatie en racistisch geweld en de door politie en anti-discriminatiebureau’s geregistreerde klachten. Het registreren van discriminatie door de politie heeft sinds de uit 2007 daterende Aanwijzing Discriminatie van het College van procureurs-generaal bijzondere aandacht. Met de aanwijzing zijn dwingende regels opgesteld voor de opsporing en vervolging van discriminatie. Aanvullend heeft de Aanwijzing strafvordering discriminatie, voor het laatste aangescherpt in 2015, bepaald dat delicten met een discriminatoire aspecten altijd moeten worden gedagvaard en een strafverzwaring van 100% het uitgangspunt is voor de strafeis.

Registratie door de politie

Dat de uit 2007 daterende aanwijzing heeft geleid tot een hoger aantal registraties wordt duidelijk als we naar de betreffende politiegegevens kijken. Volgens de zgn. POLDIS-rapportages, gebaseerd op de zaakformulieren die door regionale contactpersonen binnen de politie werden verzameld, werden er in 2008 in totaal 2.238 incidenten geregistreerd. In 2009 ging het in totaal om 2.212 incidenten en in 2013 om in totaal 3.614 incidenten in 2013. Ondanks de toenemende aandacht van de politie verschijnt pas in november 2015 voor het eerst een rapport dat is gebaseerd op een landelijk eenduidige vorm van door de politie geregisterde incidenten, het rapport ‘Discriminatiecijfers Politie 2014’. Uit dit rapport blijkt dat in 2014 in totaal 5.721 discriminatoire incidenten is geïdentificeerd. De discriminatiegronden ras (2.987) en seksuele gerichtheid (1.403) komen het meeste voor. Meestal is daarbij sprake van belediging (37 procent), vernieling/bekladding (19 procent), bedreiging (7 procent) en mishandeling (4 procent).

Afhandeling aangiften door openbaar ministerie

Tegelijkertijd met het rapport over de registratie door de politie verschijnt ook een rapportage over het aantal zaken dat het Openbaar Ministerie in 2014 heeft behandeld, het rapport ‘Cijfers in Beeld 2014’. Het aantal discriminatiefeiten dat door het Openbaar Ministerie wordt behandeld is maar een zeer  klein deel van het aantal incidenten dat de politie registreert. Zo daalde de instroom aan discriminatiefeiten, zoals dat bij het openbaar ministerie heet, van 170 feiten in 2010 naar 142 feiten in 2014. Het aantal afgedane discriminatiefeiten vertoonde eenzelfde beeld. Het aantal hiervan lag in 2010 op 171 feiten en in 2014 op 145 feiten. Dat lage aantal feiten kan het gevolg zijn van het gegeven dat er of geen aangifte bij de politie wordt gedaan (mogelijk wel een melding), er geen verdachte is, er onvoldoende bewijs is of er niet voldaan wordt aan de juridische voorwaarden voor vervolging.

Discriminatie van joden en moslims

Omdat voorheen de discriminatiecijfers bij de politie op regionaal niveau worden geregistreerd en op een andere manier werden verzameld, kunnen de cijfers van de politie over 2014 niet worden vergeleken met die van voorgaande jaren. Een uitzondering vormen antisemitische incidenten en moslimdiscriminatie. Dankzij een vergelijking van rapporten van de Anne Frank Stichting en een verdiepingsonderzoek naar moslimdiscriminatie op basis van de zgn. POLDIS-rapportage 2013, laat zien dat deze specifieke incidenten een stijging ten opzicht van 2013 laten zien van respectievelijk 24 procent en 37 procent. Duidelijk een teken van de toegenomen spanningen in de samenleving.

Registratie anti-discriminatiebureau’s

Ondanks de betrekkelijk hoge aantallen schetsen de politieregistraties maar een beperkt beeld van de discriminatie in Nederland. Volgens ‘De sociale staat van Nederland 2015’ wordt er nog steeds gewerkt aan optimalisering van de registratie. Het aantal meldingen bij de laagdrempelige meldpunten voor discriminatie, de anti-discriminatiebureau’s, waren in de afgelopen jaren vele malen hoger. Zo verzamelde de landelijke vereniging ter voorkoming en bestrijding van discriminatie, in 2014 in totaal 9.714 klachten. Dat is bijna 70 procent meer dan de politie registreert. Zo was het aantal incidenten in 1999 nog 3.589. In 2009 was het aantal klachten toegenomen tot 5.931. Sinds 1999 is dus sprake van meer dan een verdubbeling. Een groot deel van het aantal meldingen in 2014 was te wijten aan de ruim 4.500 meldingen over de ‘minder, minder. minder’-uitspraak van PVV-politicus Geert Wilders. Het aantal registraties blijft volgens onderzoekers evenwel onder het daadwerkelijk aantal incidenten liggen.

Bewustwordingscampagne

Mede om de aangiftebereidheid toe te laten nemen heeft minister Plasterk van Binnenlandse Zaken op 2 september 2015 een nieuwe antidiscriminatiecampagne van de Rijksoverheid gelanceerd. Het thema van de campagne is ‘Zet een streep door discriminatie’. Het doel is om de politieregistratie en de aangiftebereidheid onder burgers te verbeteren. Dit om tot een betere bestrijding van de discriminatie te kunnen komen. De huidige registratie en aangiftebereidheid van discriminatie lijken nog steeds het topje van de ijsberg te zijn. Vanaf 2007, toen er bij anti-discriminatiebureau’s 4.247 meldingen binnenkwamen, heeft het totaal aantal meldingen een flinke groei laten zien. De landelijke Aanwijzing Discriminatie van 2007 en de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen en de bewustwordingscampagne die daar in 2009 aan werd gekoppeld, had op de toename van het aantal aanmeldingen zeker effect. De verwachting is dat de eind 2015 gestarte campagne eveneens tot een toename van het aantal meldingen bij de politie aanleiding zal leiden.

Discriminatie op grond van ras, afkomst of huidskleur

Kijkend naar het soort meldingen dan blijkt 2013 dat de meeste van de bij anti-discriminatiebureau’s geregistreerde meldingen van discriminatie te maken hebben met discriminatie op grond van ras, afkomst of huidskleur. Lag het percentage in 2009 nog op 40 procent, in 2014 nam het aantal gevallen in absolute aantallen toe, maar daalde het percentage naar 34 procent. Het aantal meldingen op grond van ras, afkomst of huidskleur deelde in 2014 de eerste plaats met het aantal meldingen op grond van homoseksualiteit. Antisemitisme is met 19 procent de derde belangrijkste discriminatiegrond. Vier procent was gericht tegen godsdienst, vooral de islam. Leeftijdsdiscriminatie werd in 2009 met 13,5 procent veel minder vaak gemeld dan voorheen. Het percentage daalde verder naar 5,8 procent in 2014. Discriminatie op grond van sekse maakt 8,7 procent van de klachten uit in 2009 en in 2014 nog slechts 2,5 procent.

Overige gronden voor discriminatie

Een opvallende stijging ten opzichte van 2007 is het hebben van een handicap of chronische ziekte. Was dit in 2007 nog goed voor 3,9 procent van het aantal meldingen, in 2009 ging 8,3 procent van de meldingen over discriminatie op grond van wen handicap of een chronische ziekte. Het percentage daalde daarna weer naar 4,3 procent. Godsdienst (inclusief antisemitisme) was in 2009 in 6,8 procent van de gevallen de discriminatiegrond. In 2014 was het aantal meldingen in procentuele zin gedaald naar 3,6 procent, maar nam het aantal meldingen in absolute zin toe. Discriminatie op grond van seksuele gerichtheid lag in 2009 op 5,7 procent en in 2014 op 2,5 procent. Het percentage meldingen van antisemitisme lag bij de anti-discriminatiebureau’s in 2009 op 2,2 procent. In de rapportage over 2014 wordt het percentage meldingen over antisemitisme niet meer apart genoemd.

Racistische incidenten en racistisch geweld

Zien we een langzame toename van het aantal meldingen van discriminatie vanaf 1999 en een sterke toename in 2009 ten opzichte van 2008, ook met betrekking tot racistisch incidenten en racistisch geweld is nog steeds sprake van een toename. Wat betreft racistische incidenten wordt grofweg onderscheid gemaakt in de volgende categorieën: racistisch geweld, intentionele discriminatie, ongelijke behandeling vanuit racistische motieven, (ongerichte) bekladdingen met racistische teksten en racistisch schelden.  Bij racistisch geweld is sprake van geweld, zoals bedreiging of mishandeling, op grond van een racistisch motief of als reactie op een racistische belediging.

Rapportage racisme, antisemitisme en  extreem geweld

Volgens de ‘Vierde rapportage racisme, antisemitisme en extreem geweld in Nederland’ van de Anne Frank Stichting en het Verwey Jonker Instituut (december 2015) was in 2012 sprake van 2.077 racistische incidenten, in 2013 van 2.189 incidenten en van 2.764 incidenten in 2014. Een toename van ca. 34 procent in drie jaar. Dat is beduidend meer dan in de jaren daarvoor. Zo lag volgens de derde rapportage het aantal racistische incidenten in 2010 en 2011 nog op ca. 1.300 gevallen. Wat het aantal incidenten met racistisch geweld is, is niet precies te zeggen. Op basis van een steekproef van 234 racistische incidenten over 2014 blijkt dat het in 62 gevallen gaat om racistisch geweld.

Toename racistisch geweld

Doorvertaald naar de landelijke cijfers gaat het in ongeveer 25 procent van de racistische incidenten om racistisch geweld. Dat is meer dan uit de derde rapportage blijkt. Toen bleek dat uit een steekproef van 152 racistische incidenten in 25 gevallen sprake was van racistisch geweld. Dat is ca. 16 procent. In de steekproef over 2014 van 62 gevallen van racistisch geweld ging het in 2014 in 48 gevallen om mishandeling, in 11 gevallen om vernieling, in 2 gevallen om bedreiging en in 1 geval om bekladding. Ongelijke behandeling kwam in 73 van de gevallen voor, racistisch schelden in 82 van de gevallen. In 6 van de gevallen ging het om bekladding en in 11 gevallen was het onduidelijk.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*