De vreugde van het inzicht

De vreugde van het inzicht SpinozaHet is iets van vijftien jaar geleden dat ik de tegenwoordig nog immer stimulerende leergang ‘Filosofie voor Managers’ volgde. Tijdens de bijeenkomsten die aan het eind van de middag begonnen en tot in de avond doorliepen, geselde telkens een andere filosoof, waaronder de inmiddels overleden filosoof René Gude (van 2002 tot mei 2013 directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte) en René ten Bos (de huidige Denker des Vaderlands), de ongeveer dertig managers uit de private en publieke sector voortdurend met vernieuwende inzichten. De leergang maakte diepe indruk op mij. De debatten waren levendig en zeer stimulerend. Kennis nemen van filosofische inzichten kan het leven en het werk van managers inderdaad op een verrassende manier verrijken, zo was mijn conclusie na afloop. Dat geldt ook voor het boeiende en zeer lezenswaardige boek ‘Spinoza en de vreugde van het inzicht van de hand van Kees Schuyt, dat onlangs verscheen.

Zoektocht

Kees Schuyt, emeritus hoogleraar sociologie, doet in ‘Spinoza en de vreugde van het inzichtverslag van zijn persoonlijke vijfentwintig jaar durende zoektocht naar het denken van Nederlands bekendste filosoof. Spinoza, die leefde van 1632 tot 1677, is als filosoof van de vrijheid al vierhonderd jaar een inspiratiebron voor talloze mensen over heel de wereld. Zeker in landen waar de persoonlijke en politieke vrijheid onder druk staan. Toch is niet alles wat Spinoza schreef even makkelijk te begrijpen. Met zijn nieuwste boek heeft Schuyt de filosoof Spinoza op een erudiete wijze toegankelijk gemaakt. Met zijn chronologische behandeling van alle geschriften van deze geestelijke vader van de Europese Verlichting, en door de koppeling aan hedendaagse vraagstukken, weet Schuyt de actualiteit van Spinoza’s denken treffend in beeld te brengen. Aan de hand van goed gekozen citaten wordt Spinoza’s filosofie systematisch en op een boeiende manier uitgelegd en ontrafeld. Spinoza’s filosofie is op onderdelen dan misschien moeilijk, in het wijsgerig landschap staat zijn werk als een rots. Spinoza is daarmee altijd actueel voor wie zich interesseert voor vraagstukken die gaan over vrijheid van denken en spreken, de rol emoties en de ontwikkeling van kennis, de essentie van de mens of het verband tussen persoonlijke en politieke vrijheid.

Soorten kennis

Om Spinoza te begrijpen en zijn denken als leidraad voor het dagelijks leven te kunnen gebruiken, is het van groot belang te weten hoe hij tegen ‘kennis’ aankijkt. Zijn eerste boek, ‘De Verhandeling over de verbetering van het verstand’, is volgens Schuyt een zeer goede ingang om met Spinoza kennis te maken. In dit boek komen bijna alle belangrijke opvattingen en leerstellingen van Spinoza al naar voren. Zo blijkt zijn indeling van kennis, eerst in vier, later in drie principieel van elkaar verschillende soorten, centraal te staan in zijn opvatting over het menselijk handelen en wat Spinoza als leidraad voor het dagelijks leven beschouwt. De eerste kennissoort is de zogenaamde verbeeldingskennis. Het beste te kenmerken als hapsnapkennis. Zintuiglijke ervaringskennis die nog onsamenhangend is en als los zand aan elkaar hangt. De tweede soort kennis is de rationele op de rede gebaseerde kennis. Dat is kennis die de moderne wetenschap levert. De derde soort kennis is het onmiddellijke inzicht in de samenhang der dingen. Vaak omschreven als intuïtieve kennis. In het hele boek komt op basis van voorbeelden de verschillen en de samenhang tussen deze drie gradueel verschillende soorten van kennis telkens terug.

Methode

Volgens Schuyt is het de grootste opgave in het leven, zeker in het huidige tijdperk van emotiepolitiek, om de drie soorten van kennis goed te onderscheiden en zich bij kennisvermeerdering te bedienen van een methode. De methode die Spinoza aangereikt is een zichzelf versterkende, reflexieve manier van denken, die steeds betere resultaten oplevert. Hoe meer inzicht iemand heeft in zijn eigen emoties en die van anderen, hoe makkelijker hij in staat is zichzelf te sturen en te reguleren en des te makkelijker hij nuttige van nutteloze zaken kan onderscheiden. Het gaat om het aanleren van een gewoonte. Telkens als er iets beweerd wordt moet je je afvragen: ‘Klopt dat u wel?’ Beweringen vragen om bewijzen in bijna elke sfeer van de samenleving. Telkens gaat het om het uitzuiveren van onzin naar zin, van slechte naar echte kennis, van illusie naar werkelijkheid, telkens iets beter te weten hoe de dingen ‘werkelijk’ in elkaar steken. Het is bij Spinoza de basis voor een rationele, op redelijkheid gebaseerde inrichting van staat en samenleving. Stap voor stap kom je verder, op zoek naar de essentie, zonder dat je ooit kunt zeggen dat je de definitieve en volledige waarheid gevonden hebt.

Determinisme

In het boek komen veel voorbeelden van Spinoza’s kennisleer voorbij. Zijn determinisme heeft veel verwarring gezaaid. Schuyt legt diverse keren de vinger op de zere plek door aan te geven dat het logisch-determinisme van Spinoza (alles heeft een oorzaak en ligt in het voorafgaande besloten) op geen enkele manier moet worden verward met het causaal-determinisme, dat zegt dat alles wat we doen oorzakelijk bepaald is. Wie beweert dat alles wat we doen oorzakelijk bepaald is en daarbij verwijst naar Spinoza (zoals neurobioloog Dick Swaab in zijn bestseller Wij zijn ons brein en Victor Lamme, hoogleraar cognitieve neurowetenschap, in De vrij wil bestaat niet) zorgt voor veel verwarring en misverstanden ten aanzien van Spinoza’s vrijheidsbegrip. Een tweede interessant voorbeeld is of een staat zich wel moreel kan uitspreken over het handelen van mensen. Met een mooi voorbeeld geeft Schuyt aan dat het strafrecht al sinds Cesare Beccaria (1764) op een rationeel fundament is gebaseerd. Daarbij wordt onderscheid aangebracht tussen het kwaad van ‘de daad’ en de persoon van ‘de dader’. Omdat er volgens Spinoza geen objectieve maatstaf voor kwaad of slecht gedrag is vast te stellen, wordt ‘de dader’ niet veroordeeld op basis van een moreel oordeel, maar omdat de staat nu eenmaal de plicht heeft om door middel van praktische maatregelen de veiligheid van andere burgers te garanderen.

Helder denken

Schuyt laat op tal van plekken in ‘Spinoza en de vreugde van het inzicht  zien op welke wijze het denken van Spinoza behulpzaam kan zijn om de verslavende werking van emoties de baas te worden. ‘Met behulp van helder denken’, zo is het antwoord van Spinoza. Helder denken bestaat uit kennisverwerving over de oorzaken van de dingen (de essentie) en uit zelfkennis. Spinoza presenteert daarmee een soort interactieve psychologie, die het gedrag van jezelf en van medemensen probeert te begrijpen en te verklaren. Hij noemt onder meer de volgende ‘weermiddelen’. Ten eerste: denk aan andere dingen dan aan het object van de emoties. Zoek en vind de ware oorzaak van emoties. Ten tweede: zorg dat je een helder inzicht krijgt in de aard en oorsprong van de emotie. Hierdoor kan de kracht van de emotie verdwijnen. Ten derde: begrijp de dingen, als die zich voordoen, vanuit hun noodzakelijkheid. Ten vierde: train je mentaal om bij heftige conflictsituaties kalm en beheerst te reageren. Ten vijfde: blijf vriendelijk en realiseer je dat mensen noodzakelijk krachtens hun aard handelen. Ten zesde: verbind de drie soorten kennis met elkaar. Alleen door de delen en het geheel te zien zal het mogelijk zijn om emoties de baas te worden.

Kees Schuyt,’Spinoza en de vreugde van het inzicht. Persoonlijke en politieke vrijheid in een stabiele democratie’, uitgeverij Balans, 333 pagina’s, 2017, € 34,95

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*