Over het imago van de politiek

Tweede Kamer  Over het imago van de politiek Tweede KamerOnlangs bracht het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) het rapport ‘Meer democratie, minder politiek?’ uit. Interessant in de titel is het vraagteken dat in het tweede deel van de titel staat. Ik kom daar in het vervolg van mijn betoog nog op terug. Maar nu eerst de essentie van het rapport. Volgens de auteurs, Josje den Ridder en Paul Dekker, is een kleine meerderheid van de Nederlanders (55 procent) voor een direct gekozen burgemeester. Eenzelfde percentage wil meer invloed hebben op beleid en nog eens 54 procent vindt het referendum geschikt om besluiten te nemen over de belangrijkste kwesties. Als moet worden gekozen tussen het overlaten van besluiten aan politici of zoveel mogelijk referenda, kiezen de meeste Nederlanders opvallend genoeg voor representatie. Niet iedereen wil echter actief meedoen. Ook zijn veel inwoners sceptisch over de democratische competenties van hun medeburgers. ‘Dat lijkt erop te duiden dat burgers directe democratie zien als een poging om de representatieve democratie te verbeteren, in plaats van dat ze het systeem van representatie in zijn geheel zouden willen vervangen door een meer participatieve democratie’, aldus het SCP. ‘Directe democratie is daarmee een aanvulling op de representatieve democratie, geen alternatief.’

Tevreden

Volgens het rapport vindt ruim negen op de tien Nederlanders (93 procent) een democratie de beste vorm van regeren. Een groep van 95 procent vindt het belangrijk om in een land te wonen dat democratisch bestuurd wordt. Over de Nederlandse democratie is men tevreden. Zo constateert het rapport in hoofdstuk 2:  ‘Alle (empirische) overzichten van de houdingen, percepties en opvattingen van Nederlanders over de democratie wijzen dezelfde kant op: er zijn geen aanwijzingen voor een fundamentele daling in de steun voor de democratie, voor een dalende tevredenheid met de democratische praktijk of een sterk verminderd vertrouwen in de politiek’. Overigens is het ook weer niet allemaal rozengeur en maneschijn. Mede als gevolg van de bankencrisis, de toenemende invloed van internet, de penetratie van moderne technologieën en het 24/7 gebruik van sociale media is er wel wat veranderd in de samenleving. Zeker als we door onze oogharen naar de snelheid kijken waarop technologische en maatschappelijke vernieuwingen zich voordoen, ook op internationale schaal, dan is sprake is van een heuse transformatie van de democratie, zowel landelijk als op lokaal niveau.

Houding politiek

Democratie is niet iets dat zich beperkt tot de representatieve democratie. Het is zeker niet iets dat zich beperkt tot de representatieve democratie van de politieke vertegenwoordiging in gemeenteraad of Tweede Kamer. De echte democratie is ongeveer overal. Op straat, op school, op het werk, in de straat, de buurt en in de wijk. Is het overgrote deel van de burgers tevreden over de democratie en de democratische praktijk, uit het rapport blijkt ook dat de Nederlandse burger minder tevreden is over politici. ‘Politici luisteren niet naar gewone mensen, gaan hun eigen gang, zijn uit op eigenbelang, praten te veel of doen te weinig’, tekenden de onderzoekers als voornaamste kritiek op. Het dalende vertrouwen ‘in de politiek’ waarvan sprake zou zijn heeft dus vooral te maken met de houding en het gedrag van (sommige) politici. Dat ze niet luisteren, hun eigen gang gaan, burgers te weinig inspraak geven, te weinig daadkrachtig zijn, veel beloven en weinig waarmaken of hun zin doordrijven. En hoewel een deel van de kritiek dan misschien niet terecht is, en voor een deel afhankelijk is van beeldvorming, het imago van de politiek, er is wel degelijk wel wat aan de hand.

Duiding onvrede

Remieg Aerts, hoogleraar politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, stelt in een deze week in De Groene Amsterdammer gepubliceerde voorpublicatie van het boek ‘In dit Huis: Twee eeuwen Tweede Kamer’, dat de democratie te maken heeft met een drietal problemen. Ten eerste is sprake van problemen die te maken hebben met de democratische legitimatie. Zo vertegenwoordigt het parlement geen kiezers, maar partijen met een steeds smallere basis. Kamerleden vormen qua opleiding en achtergrond steeds minder een afspiegeling van de bevolking. Daarbij heeft door het veelpartijenstelsel de regeringsvorming een vage relatie met de verkiezingsuitkomst. Ten tweede zijn er problemen van macht en effectiviteit. Zo is sprake van een voortdurend gebrek aan dualisme tussen regering en parlement, waardoor de Tweede Kamer haar controlerende taak niet goed vervult. De parlementaire praktijk heeft een ambtelijke, bestuurlijke en onpolitiek karakter gekregen. Ten derde zijn er problemen van presentatie en imago. De volksvertegenwoordiging bestaat voornamelijk uit charismatische apparatsjiks van de partijlijsten en het ontbreekt in de Tweede Kamer aan boeiend politiek theater.

U kletst uit uw nek

Het zijn signalen die Rens Vliegenthart, universitair hoofddocent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam, al in 2012 constateerde in zijn boek ‘U kletst uit uw nek. Over de relatie tussen politiek, media en de kiezer’. Vliegenthart laat in zijn boek zien dat de berichtgeving over politiek in de afgelopen decennia sterk is veranderd. Zonder inhoudelijke verhaallijn kunnen politici tegenwoordig zeer succesvol zijn en een aanzienlijke hoeveelheid kiezers achter zich krijgen. Ten tweede laat Vliegenthart met talrijk voorbeelden en wetenschappelijk onderzoek zien dat media een sterke invloed uitoefenen op wat politici doen. En ten derde blijkt de manier waarop media berichten over de politiek een invloed te hebben op wat kiezers stemmen. Het heeft evenwel ook invloed op de kennis, het cynisme en de betrokkenheid van burgers bij de politiek. Media zijn een bepalende factor geworden voor de verkiezingsuitkomsten en indirect voor wie regeert en wie niet. In dat opzicht dragen media volgens Vliegenthart zeker een verantwoordelijkheid voor toenemend cynisme en ontevredenheid die leeft onder de kiezer.

Verantwoordelijkheid politici

Politici dragen volgens Vliegenthart indirect bij aan het negatieve beeld dat burgers van hen hebben. Niet alleen de media, ook de politici zelf zijn verantwoordelijk voor hun slechts imago. Zo gaan politici veel te makkelijk mee in de logica die hun door de media wordt opgelegd. Met hun gedrag leveren zij media op continue basis genoeg reden om negatief en cynisch te berichten. Zo laten politici hun gedrag nog te veel bepalen door de angst die zij hebben om onwelgevallig of zelfs helemaal niet in de publiciteit te komen. Traditioneel worden er door de Israëlische politicoloog Wolfsfeld aan media in de samenleving drie functies toegekend. Zij moeten het publiek informeren over belangrijke onderwerpen, moeten een platform zijn voor diverse meningen die in de samenleving leven en moeten zorgen voor vermaak. Zo is een politicus die zijn werk gewoon goed doet in het geheel niet interessant. Een goed verhaal bevat tegenstellingen en drama en zorgt voor vermaak. Het is volgens Vliegenhart de balans tussen deze drie functies die in het geding is. De balans is te veel doorgeslagen naar entertainment. Politici wordt aan de andere kant echter ook weinig ruimte geboden om hun standpunt uit te dragen en toe te lichten. Het moet allemaal in sound-bites. Daarnaast nemen politici vaak ook de ruimte niet om eerst eens even te reflecteren. Overgeleverd aan de grilligheid van de publieke opinie en opgejaagd door de medialogica, laten zij zich leiden tot het doen van uitspraken die niet gebaseerd zijn op visie, standpunten en idealen, maar op het effect van een uitspraak en het imago van de politicus.

Minder politiek?

Leidt ‘meer democratie’ automatisch tot ‘minder politiek’? Of gaat het helemaal niet om ‘minder politiek’, maar om een andere vorm van politiek en een andere vorm van politiek bedrijven? Dat laatste zou wel eens het geval kunnen zijn. In het betoog van Vliegenthart zijn daarvoor al een aantal aanwijzingen te halen. Zo is de laatste jaren wel erg veel emotie, drama en entertainment in de Tweede Kamer. In de politiek draait het steeds vaker om wat politici zeggen, in plaats van wat ze presteren. Daarnaast worden politici door twitter 24/7 bestookt met nieuws, opvattingen en meningen van anderen. Politici reageren steeds vaker op wat anderen zeggen, dan dat ze bezig zijn daadwerkelijk verbinding met de kiezer te maken en op zoek te gaan naar wat de kiezer beweegt. Daarbij leggen ze aan de kiezer uit hoe de wereld in elkaar zit en leggen ze hun verhaal nog een keer uit. Nee, in plaats daarvan zal de politicus naar de kiezer  moeten leren luisteren. En samen met de kiezer op zoek gaan naar hoe deze meer invloed kan krijgen in de vormgeving van de publieke ruimte (zijn directe leefomgeving). En over hoe de autonomie van de burger kan worden versterkt.  Dat is de essentie van democratie dat veel politici zijn vergeten. Dat is waarom burgers vandaag de dag steeds meer eigen beleidsruimte opeisen.

Rol politieke partijen

Het is dus niet zo dat politici steeds minder contact hebben met burgers. Door de groei van twitter en sociale media zitten ze steeds meer bij elkaar op schoot. Het is daarentegen de leefwereld en de systeemwereld die steeds meer uit elkaar zijn gaan lopen. En het is de rol van politieke partijen om de (verticale) systeemwereld en de (horizontale) leefwereld met elkaar te verbinden. Niet over de hoofden van burger heen zoals sommige partijen doen, maar door daadwerkelijk met burgers en maatschappelijke partijen en bewegingen in gesprek te gaan, hen meer invloed te geven en te betrekken bij democratische besluitvorming.  Door de steeds sneller toenemende technologische ontwikkelingen is ook de internationalisering (globalisering) en individualisering (localisering) van de samenleving toegenomen. Hierdoor is ook de kloof tussen verticale systeemwereld en de horizontale leefwereld gegroeid. Het is de rol van politieke partijen om de kloof te dichten en nieuwe verbindingen tussen verticale en horizontale verbanden tot stand te brengen. Het is de rol van politieke partijen om opnieuw een verbindende rol te vervullen in de publieke ruimte. Zij dienen vanuit hun kernwaarden, hun beginselen, vanuit hun visie de werkelijkheid te interpreteren. Politieke partijen dienen een inhoudsvolle dialoog met de kiezer aan te gaan, vanuit hun waarden en beginselen de samenleving van commentaar te voorzien, en de burgers aan een interpretatiekader van de werkelijkheid te helpen.

Politieke emotie

Wat politici in de afgelopen decennia meer en meer zijn gaan doen, is dat zij elk maatschappelijk vraagstuk zijn gaan zien als een vraagstuk dat op een ‘managerial way’ en via de markt is op te lossen. Politici zijn zich gaan gedragen als managers van een overheidsbedrijf. Grote maatschappelijke vraagstukken, per definitie taai en betwistbaar, zijn evenwel niet op een bureaucratische manier of door de markt op te lossen. De markt kan dan misschien wel een bijdrage leveren, primair gaat het om botsende waarden en belangen. Waarden die niet moeten worden weggepoetst maar klip en klaar in het debat aan de orde dienen te komen. Een partij die dit goed weet uit te spelen, maar daarbij in plaats van positieve emoties gebruik maakt van negatieve emoties, is de PVV. Zij weten de grote maatschappelijke opgaven en vragen van deze tijd te agenderen door zich niets aan te trekken van de ingewikkeldheid van het vraagstuk. Zonder de dialoog aan te gaan worden de media gebombardeerd met uitspraken over wat volgens hen de essentie is. De essentie is daarbij ontdaan van allerlei nuance. Wat de PVV echter tegelijkertijd ook doet is de koppeling tussen ‘woord’ en ‘daad’ loslaten. En dat is wat in een democratie dodelijk is. Neem de uitspraak van Wilders dat de Tweede Kamer een ‘nepparlement’ is. De consequentie daarvan zou natuurlijk moeten zijn dat Wilders daaraan niet wil meedoen en als ‘nepparlementariër’ uit het ‘nepparlement’ stapt. Maar dat is niet de consequentie die Wilders trekt. De aanpak van de PVV (een partij met slechts 1 lid, Wilders, en daarmee in feite een ‘neppartij’) is door met oneliners en veel drama de aandacht naar zich toe te trekken.  Het is kenmerkend voor elk vraagstuk dat Wilders aanpakt. De andere partijen steken daar schril bij af door weinig gebruik te maken van emotie als mobiliserend  middel.

De opgave van de politiek

Een belangrijke reden dat andere partijen schril bij de PVV afsteken, is omdat zij politiek meer en meer zijn gaan zien als een ‘bedrijf’ en niet als een ‘theater’ waar botsende waarden en belangen strijden om de macht. Willen politieke partijen en politici weer tot de kern van hun opdracht komen, dan zullen zij zich minder met de systeemwereld en meer met de leefwereld van de burger moeten gaan bezig houden. Politieke partijen zullen de burger niet moeten gaan gebruiken om zoveel mogelijk stemmen te verzamelen en vervolgens op basis van opiniepeilingen hun eigen weg gaan. Politieke partijen dienen daadwerkelijk te luisteren naar de burger om op basis daarvan het partijstandpunt vast te stellen. Zij hebben de taak te zoeken naar nieuwe verbindingen tussen de verticale systeemwereld en de horizontale leefwereld en de dialoog tussen deze twee werelden te bevorderen. Op basis van de kernwaarden van de politieke partij dienen zij burgers voor zich te winnen en kaders aan te dragen waarin burgers hun kijk op de wereld kunnen vormen. Door middel van versterking van de programmatische denkkracht en electorale machtvorming dienen politieke partijen bij te dragen aan verbetering en vernieuwing van de netwerksamenleving en versterking van de autonomie van de burger. Representatieve democratie en directe democratie liggen met andere woorden in het verlengde van elkaar. Willen politieke partijen en politici weer het vertrouwen van de burger terugwinnen, dan zullen zij beide vormen van democratie dienen te versterken.

 

Geplaatst in Geen categorie
2 reacties op “Over het imago van de politiek
  1. Koos koopal schreef:

    Beste Dave,

    We zullen vorm dienewn te geven aan een andere relatie tussen butrgerschapsvorming en (partij)politieke participatie. Een verandering, die ook meer dient te zijn dan enkel het centraal stellen van loting a la G1000 (D van Reybroeck) of het komen tot een referendum.

    Wordt vervolgd.

    Koos Koopal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*