Debat in Tweede Kamer: activering dienstplicht of marktwerking?

Foto leger  Debat in Tweede Kamer: activering dienstplicht of marktwerking? Foto leger

Op 9 februari 2015 vond er een interessant debatje plaats in de vaste commissie voor Defensie van de Tweede Kamer. Het debat ging over de initiatiefnota van het Tweede Kamerlid Joram van Klaveren van de Groep Bontes/Van Klaveren over activering van de opkomstplicht. Het debatje, waar D66, CDA en GL bij afwezig waren en dat met name ging tussen VVD, SP, PvdA en PVV, en uiteraard de Groep Bontes/Van Klaveren, geeft een aardig inkijkje in de beweegredenen en argumenten van politieke partijen waarom men wel of niet voor het activeren van de militaire dienstplicht is. Zeker als we dit leggen naast de drie benaderingswijzen van rechtvaardigheid die de Amerikaanse filosoof Michael J. Sandell in zijn boek ‘Rechtvaardigheid. Wat is de juiste keuze? aan een nader onderzoek onderwerpt.

Drie benaderingswijzen van rechtvaardigheid

In zijn boek onderzoekt Sandell drie benaderingen van rechtvaardigheid die telkens (in veel gevallen onbewust) terugkomen wanneer er door een politicus of een burger een keuze moet worden gemaakt. De eerste benadering komt neer op maximalisatie van utiliteit of welzijn. Deze benadering streeft het grootste geluk voor het grootste aantal mensen na. Volgens de tweede benadering houdt rechtvaardigheid respect voor de keuzevrijheid van het individu in. Burgers dienen in hun keuze vrij te zijn om te kiezen wat ze willen. Dat kan gaan om de feitelijke keuzes die mensen op de vrije markt maken (de neoliberale visie) of om de hypothetische keuzes die mensen zouden maken in een oorspronkelijke positie van gelijkheid (de egalitair-liberale visie). En volgens de derde benadering gaat het bij rechtvaardigheid om het cultiveren van deugdzaamheid en redeneren vanuit het algemeen belang. In deze benadering staan publieke waarden centraal.

Amerika laverend tussen dienstplicht en vrijwilligersleger

In het boek van Sandell staat een aardig hoofdstuk waarin hij uitgebreid stil staat hoe Amerika al vanaf de Amerikaanse Burgeroorlog laveert tussen dienstplicht en vrijwilligersleger. De verdediging van de vrije markt berust volgens Sandell gewoonlijk op twee stellingen: de ene heeft te maken met vrijheid, de andere met welzijn. De eerste stelling is het neoliberale pleidooi voor markten. De tweede stelling is het utilitaristische pleidooi voor markten. Nu heeft Amerika lange tijd, zowel de zuidelijke als de noordelijke legers kenden de dienstplicht, een leger gekend dat was gebaseerd op dienstplicht. Deels als een reactie op het verzet tegen de oorlog in Vietnam stelde president Nixon voor de dienstplicht af te schaffen. In 1973, toen de Verenigde Staten bezig waren hun aanwezigheid in Vietnam af te bouwen, werden de dienstplichtigen vervangen door een leger dat uitsluitend uit vrijwilligers bestond.

Dienstplicht vanuit een neoliberaal wereldbeeld

Maar wat is nu rechtvaardiger? Dienstplicht of een vrijwilligersleger? Sandell laat er geen misverstand over bestaan. Wanneer je een neoliberaal wereldbeeld vertegenwoordigt, ligt het antwoord voor de hand. Dienstplicht is dat geval onrechtvaardig, omdat het mensen dwingt iets te doen: het is een vorm van slavernij. Hij verwijst daarbij naar een uitspraak van Ron Paul, een Republikeins lid van het Amerikaans Congres en een toonaangevend neoliberaal, die gezegd heeft: ‘Dienstplicht is slavernij, zo simpel is het. En slavernij werd onwettig met de invoering van het 13e amendement op de grondwet van de Verenigde Staten, dat onvrijwillige onderworpenheid verbiedt. Als dienstplichtige loop je de kans om het leven te komen, en dan maakt de dienstplicht tot een zeer gevaarlijke vorm van slavernij’.

Utilitaristische benadering van rechtvaardigheid

Kijken we niet vanuit een neoliberaal wereldbeeld naar het vraagstuk, maar vanuit een utilitaristische standpunt naar de keuze dienstplicht-vrijwilligersleger, dat wil zeggen dat we kijken naar welke van de twee opties het meeste nut of het meeste welzijn voor zoveel mogelijk mensen oplevert, dan lijkt ook in dit geval, maar vanuit een andere redenering, het vrijwilligersleger de beste keuze te zijn. Mensen vrij laten kiezen voor een baan in het leger op basis van wat daar financieel tegenover staat, geeft hun de mogelijkheid alleen in dienst te gaan wanneer dat hun eigen utiliteit maximaliseert. Voor zowel het neoliberalisme als het utilitarisme lijkt het vrijwilligersleger dus de beste oplossing. Voor beide opvattingen is de dienstplicht de minst wenselijke manier om militaire dienst te vervullen. Tegen deze redenering bestaan volgens Sandell evenwel minstens twee bezwaren.

Eerlijkheid en vrijheid

De bezwaren tegen de neoliberale en utilitaristische benadering heeft aan de ene kant te maken met eerlijkheid en vrijheid. Volgens deze benadering is voor mensen met een beperkt aantal alternatieven de vrije markt helemaal niet zo vrij. Volgens dit bezwaar is een vrijwilligersleger helemaal niet zo vrij als het eruit ziet. Zo blijkt in Amerika dat het aantal jonge mensen uit wijken waar de inwoners over het algemeen lage tot modale inkomens hebben in de gelederen van rekruten in actieve dienst onevenwichtig vertegenwoordigd. Het minst zijn vertegenwoordigd de armste 10% en de rijkste 20% van de bevolking. Charles Rangel, een Congreslid voor de Democraten uit Harlem, vindt dit oneerlijk. Hij heeft een oproep gedaan de dienstplicht weer in te voeren: ‘Zolang Amerikanen oorlogen worden ingestuurd, behoort iedereen kwetsbaar te zijn, niet alleen de mensen die zich vanwege hun economische omstandigheden aangetrokken voelen tot der lucratieve inschrijvingspremies of het vooruitzicht van een opleiding.’

Goed burgerschap en algemeen belang

Aan de andere kant hebben de bezwaren tegen de neoliberale en utilitaristische benadering te maken met goed burgerschap en het algemeen belang. Dit bezwaar zegt dat militaire dienst niet zomaar een baan is: het is burgerplicht. Dit argument gaat er vanuit dat alle burgers de plicht hebben hun land te dienen. Dat kan of door het voldoen aan legerdienst, dan wel door middel van andere vormen van dienstbetoon, zoals ontwikkelingssamenwerking, milieubescherming en onderwijs. En als militaire dienst een burgerplicht is, is het niet juist om die op de markt te koop aan te bieden. Militaire dienst is vergelijkbaar met de verantwoordelijkheid die Amerikaanse burgers hebben om bij bepaalde rechtszaken plaats te nemen in de jury. In tegenstelling tot de rechtspraak, dat beschouwd wordt als een verantwoordelijkheid die alle burgers behoren te delen, staat de Amerikaanse burger ambivalent ten opzichte van het leger. Zo is er voor uitbreiding van de militaire budgetten zo goed als altijd steun. Daarnaast zijn  naast het sinds 1973 bestaande vrijwilligersleger in de afgelopen jaren meer en meer contractsoldaten via particuliere ondernemingen ingehuurd ten behoeve van logistieke ondersteuning en beveiliging.

De beperkingen van vrijheid en welzijn

Volgens Sandell heeft de utilitaristische benadering twee tekortkomingen. Ten eerste maakt ze rechtvaardigheid en rechten tot een kwestie van berekening en niet van principe. Ten tweede probeert ze alles wat mensen voor goed houden te vertalen naar een enkele, uniforme eenheid van waarde. Daarmee trekt ze alles in hetzelfde platte vlak en houdt ze geen rekening met kwalitatieve verschillen. Theorieën die op vrijheid zijn gebaseerd lossen het eerste probleem op, maar het tweede niet. Volgens Sandell zijn beide benaderingen een misvatting. We komen volgens Sandell niet tot een rechtvaardige samenleving door simpelweg het welzijn te maximaliseren of de keuzevrijheid van het individu te garanderen. Om tot een rechtvaardige samenleving te komen, moeten we overleggen over de betekenis van de goede manier van leven en een publieke cultuur scheppen die openstaat voor meningsverschillen die onvermijdelijk zullen ontstaan.

Het voorstel van Van Klaveren

Welke van de drie benaderingen speelt nu de hoofdrol in het voorstel van Joram van Klaveren om de dienstplicht te activeren? Hoewel Van Klaveren in zijn initiatiefnota diverse redenen noemt waarom moet overgegaan tot activering van de opkomstplicht, en daarbij geen helder onderscheid maakt tussen hoofd- en bijzaken, springt er toch een overweging uit die de boventoon voert. En dat is dat het opschorten van de opkomstplicht er voor gezorgd heeft dat de diepgaande verankering van de krijgsmacht in de samenleving is verdwenen. Herinvoering zal deze band opnieuw versterken, aldus Van Klaveren, waarbij de krijgsmacht een afspiegeling zal zijn van de maatschappij en het draagvlak van Defensie wordt vergroot. Volgens Van Klaveren heeft de dienstplicht een hoog democratisch gehalte. Of, zoals Van Klaveren het zegt: ‘De indiener is van mening dat de Nederlandse bevolking als collectief verantwoordelijk is voor de veiligheid van ons land.’ Daarmee kiest Van Klaveren niet voor een neoliberaal of utilitaristisch uitgangspunt.

VVD en PvdA kiezen voor een beroepsleger

Opvallend in de reacties van vooral de VVD en de PvdA, maar in feite geldt dit ook voor de andere fracties, is dat deze op geen enkele wijze ingaan op het hoofdargument van Van Klaveren. En dat is dat de verankering van de krijgsmacht in de samenleving is verdwenen. De VVD is het meest helder. Deze fractie zegt onomwonden te kiezen voor een beroepsleger. Daarnaast zijn er in de ogen van de VVD reservisten belangrijk. ‘Juist voor de aanvulling van het beroepsleger zien wij daar de kracht’. Ook de PvdA gaat op geen enkele wijze in op het hoofdargument van Van Klaveren. De PvdA wijst er op dat de krijgsmacht gaat over ‘zwaardmacht’. Ook de PvdA kiest voor een professionele organisatie die gaat over het uitzenden van mensen, over leven en dood. Beide partijen laten met hun standpunt zien dat zij een utilitaristisch uitgangspunt hanteren bij het beoordelen van de initiatiefnota.

SP en PVV zijn pragmatisch

Zoals gesteld gaan ook de SP en de PVV op geen enkele wijze in op het hoofdargument van Van Klaveren. Net als PvdA en de VVD vuren zij vooral een hele serie vragen op de initiatiefnemer af die  de aandacht afleidt van het feit dat ze een heel zwak uitgangspunt en een heel beperkt kader hanteren om de initiatiefnota te beoordelen. Zo blijkt uit de reactie van de SP dat ze vooral vanuit het behartigen van de belangen van beroepsmilitairen naar de initiatiefnota kijken. Deze partij pleit er voor vooral te investeren in goede arbeidsvoorwaarden. De krijgsmacht moet in de ogen van de SP vooral een goede werkgever zijn. Er dient vooral te worden geïnvesteerd in kwaliteit en in goede primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden. De PVV sluit min of meer bij het standpunt van de SP aan wanneer zij stelt dat zij liever ziet dat de huidige krijgsmacht goed wordt opgetuigd en het goed materiaal heeft. Voor de PVV gaat het om een efficiënte besteding van de beschikbare middelen.

Mager debat

Al met al kan het debatje in de Tweede Kamer als uiterst mager worden betiteld. Ook omdat D66, het CDA en GL het blijkbaar te onbelangrijk vonden om er zelfs maar bij aanwezig te zijn. Opvallend was dat geen enkele fractie inging op het belangrijkste argument dat initiatiefnemer Joram van Klaveren noemde om de opkomstplicht te activeren. En dat was het argument dat de krijgsmacht een afspiegeling dient te zijn van de maatschappij, dat de Nederlandse bevolking als collectief verantwoordelijk is voor de veiligheid van ons land. Deels lag dit ook aan de initiatiefnemer die in zijn nota onvoldoende onderscheid maakte tussen zijn hoofdargument om de opkomstplicht te activeren en allerlei (positieve) neveneffecten die deze activering voor de samenleving ook tot gevolg zou hebben. Ook ging de initiatiefnemer onvoldoende in op de beweegredenen waarom in 1993 de opkomstplicht werd opgeschort en wat er sinds die tijd is veranderd om de opkomstplicht opnieuw in te voeren. Een ding maakte het debatje evenwel wel helder: en dat is dat met uitzondering van de Groep Bontes/Van Klaveren geen enkele fractie vanuit rechtvaardigheidsoverwegingen voor activering van de opkomstplicht is. Naast een pragmatische benadering kiezen politieke partijen in de Tweede Kamer toch vooral vanuit een utilitaristisch uitgangspunt voor een leger gebaseerd op marktwerking.

Geplaatst in Geen categorie
1 Reactie op “Debat in Tweede Kamer: activering dienstplicht of marktwerking?
  1. R.H. Blom schreef:

    Invoering van Sociale / Militaire dienstplicht voor jongeren lijkt mij een logische zaak. Jongeren moeten weten en ervaren dat zij deel uitmaken van een samenleving die niet alleen rechten kent maar ook maatschappelijke verplichtingen. Daarbij kunnen vakken worden geleerd dat zowel de dienstplichtigen als de maatschappij zeer ten goede kunnen komen. Ook wordt hiermee een deel van de werkloosheid onder jongeren opgelost en voorkomen en leert men grotere verdraagzaamheid, het hebben van beter begrip en het hebben van verantwoordelijkheidsbesef voor elkaar

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*